• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Nederlands belastingvoordeel dankzij laag Frans inkomen

10 februari 2021 door Remco Latour

Zogeheten kwalificerende buitenlands belastingplichtigen hebben recht op bepaalde Nederlandse belastingvoordelen. In beginsel moet zijn inkomen dan voor minstens 90% zijn belast met Nederlandse loon- of inkomstenbelasting. Maar als het inkomen uit de woonstaat erg laag is, kunnen ook andere belastingplichtigen uit EU-lidstaten deze Nederlandse belastingvoordelen benutten.

Een alleenstaande man woonde heel 2016 in Frankrijk. Hij had in 2016 geen ander inkomen dan een AOW-uitkering van € 13.676 en een pensioen van € 31.959. Hij had in 2016 geen inkomstenbelasting in Frankrijk betaald. Dat kwam mede doordat op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk alleen het heffingsrecht over de AOW-uitkering aan Frankrijk is toegewezen. Daarnaast betaalde in Frankijk een alleenstaande met de leeftijd van de man pas inkomstenbelasting vanaf een inkomen van € 14.771. De man stelde een zogeheten kwalificerende buitenlands belastingplichtige te zijn. Daardoor zou hij recht hebben op een aftrek van een negatief saldo uit de eigen woning, persoonsgebonden aftrekposten en de heffingskorting.

Niet voldaan aan eis hoofdregel

Maar de Belastingdienst betwist dat de man een kwalificerende buitenlands belastingplichtige is. Volgens de hoofdregel moet het inkomen van een alleenstaande voor minstens 90% zijn onderworpen aan de loon- of inkomstenbelasting. Daarbij moet men het inkomen schonen van onder andere de inkomsten uit eigen woning en de persoonsgebonden aftrek. In het geval van de man is maar ongeveer 70% onderworpen aan Nederlandse loon- of inkomstenbelasting. De man voldeed daarmee niet aan de eis van de hoofdregel. Rechtbank Zeeland-West-Brabant beaamt dit.

Niet voldaan aan eis uitbreiding

Voor belastingplichtigen uit een andere lidstaat van de EU, EER, uit Zwitserland of van de BES-eilanden geldt een verruiming van de kwalificatie. Ook als minder dan 90% van hun inkomen in Nederland is belast, kunnen zij een kwalificerende buitenlands belastingplichtige zijn. Dan moet zo’n belastingplichtige wel een pensioen, lijfrente of vergelijkbare uitkering genieten. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat hij vanwege de geringe hoogte van zijn inkomen in het woonland geen inkomstenbelasting is verschuldigd. De man stelt dat het daarbij uitsluitend gaat om zijn Franse inkomen. Maar de rechtbank is het met de fiscus eens dat voor de uitbreiding van de kwalificatie het wereldinkomen relevant is.

Geslaagd beroep op Unierecht

De man doet vervolgens een beroep op de Schumacker-rechtspraak. Bij zo’n beroep moet men kijken naar het inkomen uit de woonstaat van een belastingplichtige met buitenland inkomen. Let op, hierbij gaat het niet om het wereldinkomen. Is het inkomen uit de woonstaat zo laag dat de woonstaat niet (volledig) rekening kan houden met de persoonlijke en gezinssituatie? Dan moet de bronstaat belastingvoordelen met betrekking tot de persoonlijke en gezinssituatie toekennen. De rechtbank oordeelt dat het AOW-inkomen van de man inderdaad zo laag is dat de Schumacker-rechtspraak van toepassing is. Nederland moet daarom rekening houden met het negatieve inkomen uit eigen woning en de persoonsgebonden aftrek van de man. Ook heeft hij recht op heffingskorting. Omdat hij een Frans belastingvoordeel wel gedeeltelijk kon toepassen, heeft hij maar recht op een deel van de ouderen- en alleenstaande ouderenkorting.

Wet: art. 7.8 Wet IB 2001

Regeling: art. 21bis, eerste lid Uitv besl IB 2001

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 januari 2021 (gepubliceerd 8 februari 2021), ECLI:NL:RBDHA:2021:359, AWB 20/4763

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Nieuwe koers VNO-NCW: winstdeling en hoger minimumloon
Volgende artikel
Aftrek voorbelasting bij uitbesteed vermogensbeheer

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

wet minimumbelasting 2024

Wet veiligehavenregels minimumbelasting 2024 in consultatie

Met het wetsvoorstel Veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024 verwerkt het kabinet internationaal overeengekomen afspraken uit het zogenoemde Side-by-Side-pakket in de Nederlandse wetgeving. De voorgestelde regels moeten de toepassing van de wereldwijde minimumbelasting vereenvoudigen en meer rechtszekerheid bieden voor multinationale ondernemingen.

minimumbelasting

Geactualiseerde versie vraag en antwoord Wet minimumbelasting 2024

De Belastingdienst heeft een actualisatie van het document Vraag en antwoord Wet minimumbelasting 2024 gepubliceerd.

A1 verklaring werknemers

Standpunt kwalificatie Frans Fonds Commun de Placement

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Frans Fonds Commun de Placement vergelijkbaar is.

Akkoord Nederland en Australië over arbitrage MLI

Nederland en Australië hebben een akkoord bereikt over de toepassing van het arbitrageproces zoals voorzien in Deel VI van het Multilateraal Verdrag ter uitvoering van belastingverdragsmaatregelen om belastingontwijking en -ontduiking te voorkomen.

HvJ EU begrenst heffing overdrachtsbelasting bij vastgoedherstructurering

De heffing van Portugese overdrachtsbelasting (IMT) bij de inbreng van aandelen in een nieuw opgerichte kapitaalvennootschap is in strijd met de Europese richtlijn indirecte belastingen op kapitaalbijeenbrenging. Dit geldt ook als de ingebrachte aandelen betrekking hebben op vennootschappen die onroerend goed bezitten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×