• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Omslagpunt bij aftrekbaarheid verkoopkosten deelneming?

15 november 2017 door Marieke Jansen

Als een verkoop van een deelneming mislukt, zijn de verkoopkosten aftrekbaar. Als de verkoop is gelukt, moet men de (niet)aftrekbaarheid van de verkoopkosten beoordelen naar het moment waarop zij werden gemaakt, aldus A-G Wattel. Met een reactie van prof. Arco Bobeldijk.

In 2006 werd besloten tot afstoting van een deelneming van een B.V., in april 2009 werd de deelneming verkocht. In verband met de (voorgenomen) verkoop maakte de deelneming diverse kosten, die zij onder meer doorberekende aan de B.V. Er ontstond discussie over de vraag of een deel van de kosten aftrekbaar was of alle kosten niet-aftrekbare kosten van een deelneming zijn. Volgens Rechtbank Noord-Nederland waren in dit geval alleen de kosten vanaf het moment dat potentieel geïnteresseerde partijen concreet waren benaderd voor de overname van de deelneming (1 juli 2008) niet aftrekbare verkoopkosten. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde daarentegen dat alle kosten waren gemaakt om tot de verkoop van de deelneming te komen, zodat geen van de kosten aftrekbaar zou zijn. A-G Wattel concludeert dat het bij het aftrekverbod voor verkoopkosten om een rechtstreeks verband gaat met een vrijgesteld vervreemdingsresultaat. Als een verkoop mislukt, zijn de kosten die zijn gemaakt met het oog op de verkoop aftrekbaar omdat men deze niet kan toerekenen aan de vervreemding van een deelneming. Als de verkoop is gelukt, moet men de (niet)aftrekbaarheid van de verkoopkosten beoordelen naar het moment waarop zij werden gemaakt.

Was vrijgesteld vervreemdingsresultaat te verwachten?

Voor de niet-aftrekbaarheid geldt ten tijde van het maken van de kosten een redelijke mate van zekerheid c.q. de objectieve verwachting moet bestaan dat het tot een vrijgesteld deelnemingsresultaat zal komen waaraan de kosten toegerekend kunnen worden, aldus de A-G. In deze zaak zijn in elk geval niet aftrekbaar de kosten van ná 19 december 2008, de deadline voor firm offers en aandeelhoudersbesluit om exclusief te onderhandelen met de uiteindelijke kopers.

Voor de kosten die daarvóór zijn gemaakt geldt een dubbel beoordelingscriterium om de kosten aan dat latere vrijgestelde verkoopresultaat te kunnen toerekenen. Op het moment waarop men de kosten maakt moet een vrijgesteld vervreemdingsresultaat zowel subjectief beoogd (1) als objectief (2) te verwachten zijn. De A-G adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren en te verwijzen naar een ander hof voor nader onderzoek of men al in het begin van 2008 objectief kon verwachten dat de B.V. erin zou slagen haar deelneming binnen afzienbare termijn te vervreemden.

Reactie prof. Arco Bobeldijk

Taxence vroeg prof. Arco Bobeldijk, tax partner bij Loyens & Loeff NV en hoogleraar aan de Nyenrode Business Universiteit, om een reactie op deze conclusie. 'Dit is een interessante conclusie over een voor de praktijk erg belangrijk onderwerp. In de praktijk zijn er veel discussies over de vraag tot welk moment verkoopkosten in verband met een deelneming aftrekbaar zijn. Datzelfde geldt voor de vraag tot welk moment aankoopkosten aftrekbaar zijn. Belastingplichtigen beroepen zich in de praktijk vaak op het boorput-arrest, terwijl de fiscus met een beroep op het filmscript-arrest tot een beperktere aftrek komt. Als ik het goed lees, ziet de A-G niet echt een verschil tussen de criteria in genoemde arresten. Ik hoop dat de Hoge Raad het arrest gebruikt om niet alleen voor de verkoopkosten, maar ook voor de aankoopkosten de voor de praktijk gewenste duidelijkheid te scheppen.'

 

Wet: artikel 13 lid 1 Wet VPB 1969

Prof. Arco Bobeldijk is tevens als docent betrokken bij de 'Masterclass concernfinanciering' die zal plaatsvinden op vrijdag 17 november 2017 en 25 mei 2018. U kunt zich nog inschrijven!

Meer informatie: Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2017 (gepubliceerd 10 november 2017), ECLI:NL:PHR:2017:1135

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
IB-waardering gift in natura: WEV
Volgende artikel
Vierde anti-witwasrichtlijn: focus ligt op adequaat risicomanagement

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

eigenwoningschuld

Oversluiten hypotheek met te lange looptijd blokkeert renteaftrek

Bij het oversluiten van een hypotheek moet rekening worden gehouden met de resterende looptijd van de oude lening. Een later herstel van de looptijd werkt niet terug voor de renteaftrek in box 1.

BOR toepassing

Besluit ROW 2026 gepubliceerd

De staatssecretaris van Financiën heeft het Besluit ROW 2026 gepubliceerd.

Opinie | Schijnevenredigheid

Op 19 december 2025 verscheen een btw-arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad onder meer ingaat op de evenredigheid van de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast. In zijn NTFR Opinie verdedigt Romano Graves de stelling dat de overwegingen van de Hoge Raad zo zouden kunnen worden geïnterpreteerd, dat de Hoge... lees verder

ECLI:NL:GHAMS:2024:3614 Gerechtshof Amsterdam, 22-10-2024, 23/415 en 23/462

Er bestaat geen wettelijke grondslag op basis waarvan de heffingsambtenaar een beschikking als bedoeld in Hoofdstuk IV van de Wet WOZ kan nemen voor een woning of een woning in aanbouw. Het nemen van een WOZ-beschikking voor het jaar 2015 voor de woning van belanghebbende door de heffingsambtenaar is terecht geweigerd. Vertrouwensbeginsel. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3614&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×