• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Rechtmatigheid exclusiviteit partnervrijstelling bevestigd

1 september 2017 door Remco Latour

Hof Den Haag heeft bevestigd dat de wetgever zijn ruime bevoegdheid niet heeft overschreden door het lage tarief en de hoge vrijstelling voor de partner in de erfbelasting niet toe te kennen aan andere familieleden.

Een zus van een overleden man was in beroep gegaan tegen de aanslag erfbelasting. Zij stelde dat zij gediscrimineerd werd omdat zij over haar legaat tegen een hoger tarief werd belast dan de weduwe van haar broer. Bovendien is de vrijstelling voor partners veel hoger dan de vrijstelling voor anderen. Rechtbank Den Haag oordeelde al dat dit onderscheid geen verboden discriminatie was (zie: ‘Onderscheid tussen zus en partner erflater niet discriminatoir’). In hoger beroep heeft het hof het oordeel van de rechtbank bevestigd en nader toegelicht.

 

Buitenkans

De partnervrijstelling voor de erfbelasting is gebaseerd op de verzorgingsgedachte en verplichting dan wel de natuurlijke verbintenis die gehuwden en partners ten opzichte van elkaar hebben. Het lage tarief voor partners heeft dezelfde achtergrond. Bovendien meende de wetgever dat naarmate de verwantschap verder is verwijderd, het verwachtingspatroon afneemt. Hierdoor krijgt een erfrechtelijke verkrijging meer het karakter van een buitenkans, wat een hogere heffing rechtvaardigt. Het hof vond dit een geldige reden om onderscheid te maken tussen partners en zussen. Bovendien was het niet zo dat de belastingdruk was verschoven van de weduwe naar de zus. De erfbelasting wordt immers per persoon bepaald.

 

Wet: artikelen 24 en 32, eerste lid, onderdeel 4º sub a en f SW 1956

Meer informatie: Gerechtshof Den Haag 19 juli 2017 (gepubliceerd 29 augustus 2017), ECLI:NL:GHDHA:2017:2430

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
FE btw ondanks toezicht tussenpersoon
Volgende artikel
Pensioenopbouw straks mogelijk voor flexwerkers

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Basiscursus Estate planning

Online cursus Samenhang testament, statuten & aandeelhoudersovereenkomst bij bedrijfsopvolging

Verdiepingscursus Aangifte erfbelasting

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×