Een bv die administratieve en fiscale diensten verleent, wordt via het risicoselectiemodel OB Negatief geselecteerd voor een boekenonderzoek. Rechtbank Den Haag oordeelt dat het gebruik van dit model rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond.
De bv verleent administratieve bijstand aan ondernemingen, verzorgt financiële administraties en fiscale aangiften. De dga bezit alle aandelen via een holding en verzorgt zelf de administratie en OB-aangiften van de bv, zonder externe fiscaal adviseur. Naast btw-belaste activiteiten verricht de bv ook vrijgestelde journalistieke en onderwijskundige prestaties. Naar aanleiding van een teruggaafverzoek over het vierde kwartaal 2022 van de holding stelt de inspecteur een boekenonderzoek in bij de bv over 2018 tot en met 2022. Op basis van het controlerapport legt de inspecteur naheffingsaanslagen OB op over 2018 tot en met 2022 en vergrijpboetes over 2019 tot en met 2022. De bv bestrijdt de rechtmatigheid van de selectie via OB Negatief, het binnentreden van de woning van de dga, het achterhouden van stukken en de voortzetting van het onderzoek na haar ontbinding per 2 november 2024.
OB Negatief en overige verweren verworpen
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van risicoselectiemodel OB Negatief niet onrechtmatig is. Het model selecteert negatieve aangiften voor handmatige beoordeling, waarbij altijd menselijke tussenkomst plaatsvindt voordat rechtsgevolgen intreden. De inspecteur is niet verplicht selectiecriteria of interne stukken over het model te verstrekken. Het betoog dat de controlemedewerker onrechtmatig de woning van de dga is binnengetreden, wordt verworpen: de medewerker is met toestemming van de dga naar binnen gegaan voor het inleidende gesprek. Ook de stelling dat het onderzoek na ontbinding van de bv niet meer rechtmatig kon worden voortgezet, faalt. Aan ontbinding is die juridische consequentie niet verbonden; bovendien bestond de bv na ontbinding nog voort voor de vereffening van haar vermogen.
Naheffingsaanslagen en vergrijpboetes terecht
De rechtbank acht de omzetcorrecties voldoende onderbouwd op basis van het controlerapport en de auditfiles. De bv volstaat met de algemene stelling dat de auditfiles onjuist zijn, maar onderbouwt dit niet concreet en legt geen alternatieve administratieve bescheiden over. Ook de vergrijpboetes van 25% zijn terecht opgelegd: de inspecteur heeft bewezen dat voorbelasting in aftrek is gebracht voor uitgaven die zonder twijfel als privé-uitgaven zijn aan te merken. Mede gelet op de bedrijfsactiviteiten van de bv – administratieve en fiscale dienstverlening – is sprake van grove schuld. Het beroep is ongegrond.
Wet: art. 67f AWR en art. 8:42 Awb





Geef een reactie