• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Schadevergoeding bij termijnoverschrijding aan regels gebonden

22 november 2017 door Marieke Jansen

Eerder al gaf de Hoge Raad regels over de vaststelling van de hoogte van een immateriële schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch paste deze echter niet juist toe, dus doet de Hoge Raad het over.

In twee arresten waarin de Hoge Raad onlangs oordeelde over een immateriële schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn voor beslechting, verwijst hij eerst terug naar zijn in 2016 gewezen ‘overzichtsarrest’. Hierin oordeelde de Hoge Raad dat als de redelijke termijn is overschreden, het uitgangspunt is dat een schadevergoedingstarief geldt van € 500 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Bij de gezamenlijke behandeling van meerdere zaken van één belastingplichtige die in hoofdzaak betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, geldt per fase van de procedure waarin dat het geval was slechts één keer het tarief van € 500 per half jaar. Bij een gezamenlijke behandeling van verschillende belanghebbenden kan een matiging van de schadevergoeding aan de orde zijn, maar dan moeten de zaken in hoofdzaak hetzelfde onderwerp hebben. De periode voor de berekening van de schadevergoeding eindigt op het moment dat de rechter uitspraak doet in de procedure met betrekking tot de hoofdzaak. Als de rechter bij die uitspraak het onderzoek heropent om een nadere uitspraak te doen over het recht op schadevergoeding, moet hij daar uitspraak over doen binnen één jaar na de uitspraak in de hoofdzaak.

Vergoeding bij late uitspraak na heropend onderzoek

In de eerste zaak (ECLI:NL:HR:2017:2874) was een B.V. in bezwaar en beroep opgekomen tegen opgelegde aanslagen vennootschapsbelasting over 1998-2001. Op 18 april 2013 deed het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak in de zaken, en heropende daarbij het onderzoek om een nadere uitspraak te doen over het schadevergoedingsrecht. De nadere uitspraak volgde op 29 september 2016, waarmee de redelijke termijn werd overschreden. Het hof had dit echter niet in aanmerking genomen bij de berekening van de schadevergoeding. De Hoge Raad stelt de schadevergoeding daarom opnieuw vast. De totale overschrijding van de redelijke termijn met 117 maanden geeft in beginsel recht op een vergoeding van € 10.000. Omdat de drie zaken van de B.V. in kwestie echter gezamenlijk waren behandeld met de zaken van andere partijen, geldt een matiging waardoor voor de zaken gezamenlijk recht bestaat op eenmaal het tarief van € 500 per half jaar (gelijkelijk te verdelen over de partijen).

Gezamenlijk behandelde zaken gelijk onderwerp?

In de andere zaak (ECLI:NL:HR:2017:2875) hadden twee B.V.’s bezwaar en beroep ingesteld tegen opgelegde aanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 1996-1999. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch had een schadevergoeding toegekend voor overschrijding van de redelijke termijn, maar was er daarbij volgens de Hoge Raad ten onrechte vanuit gegaan dat de hoofdzaken van de ene B.V. in elke fase van de procedure gezamenlijk waren behandeld. Daarnaast had het hof ook onjuist geconcludeerd dat de vergoeding gematigd kon worden omdat de zaken van de beide B.V.’s gezamenlijk behandeld waren. In hoofdzaak hadden ze namelijk volgens de Hoge Raad niet betrekking op hetzelfde onderwerp. De Hoge Raad stelt daarom ook in deze zaak zelf opnieuw het recht op schadevergoeding vast.

Wet: artikel 8:73 Awb oud (huidig artikel 8:88 Awb e.v.)

Hoge Raad 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2874 en ECLI:NL:HR:2017:2875

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Voorbeelden niet-verrekenbare Nederlandse dividendbelasting
Volgende artikel
Rapport Private equity en fiscaliteit verschenen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

faillissement

Liquidatie bv leidt tot heffing over pensioen en stamrecht

Rechtbank Gelderland oordeelt dat door liquidatie van een bv het daarin ondergebrachte pensioen en stamrecht zijn prijsgegeven. Voor zover de aanspraken voor verwezenlijking vatbaar zijn, moeten zij tot het inkomen worden gerekend.

btw vastgoed

Ongerealiseerde waardestijging woning telt mee in box 3

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een woning op 31 december 2020 juridisch is geleverd doordat de leveringsakte die dag bij het Kadaster is aangeboden. De verkoopopbrengst van € 643.000 behoort daardoor op 1 januari 2021 als vordering tot box 3.

dienstbetrekking

Maximumduur voor inzet uitzendkrachten

Een uitzendkracht mag straks nog maximaal 3 jaar (36 maanden) bij dezelfde inlener werken. Dit staat in het wetsvoorstel dat in internetconsultatie is gegaan.

Internetconsultatie innovatiebox

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Financiën voeren gezamenlijk onderzoek uit naar de toegankelijkheid van de innovatiebox. Deze internetconsultatie vormt de eerste stap van het onderzoek en is gericht op het verzamelen van ervaringen van innovatieve bedrijven, adviseurs en brancheorganisaties met het gebruik van de innovatiebox in de vennootschapsbelasting.

woning-verkoop

Standpunt samenloop zesmaandsgoedkeuring en eigenwoningreserve

De Kennisgroep onroerende zaken heeft een vraag beantwoord over de zogenoemde zesmaandsgoedkeuring voor verbouwingsleningen als rekening moet worden gehouden met een eigenwoningreserve en een deel van de kosten van de verbouwing in het volgende kalenderjaar wordt gemaakt. Een belastingplichtige heeft bij de verkoop van zijn oude eigen woning een eigenwoningreserve gerealiseerd. Aan het begin van... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal | PE Accreditatie

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×