Door cessie wordt de bv zowel schuldeiser als schuldenaar van een rc-schuld. De schuld gaat door vermenging teniet en de vrijval is belast als kwijtscheldingswinst.
Een bv houdt alle aandelen in een dochter-bv en vormt met haar een fiscale eenheid voor de vpb. Die dochter is beherend vennoot van een cv. In 2017 verkrijgt zij ook het laatste commanditaire belang, waardoor zij zowel beherend als commanditair vennoot wordt. De cv heeft een oplopende rekening-courantschuld aan een gelieerde bv voor onbetaalde managementfees. Die gelieerde bv gaat in 2015 failliet. In 2020 draagt de curator de vordering op de cv via een akte van cessie voor € 2.500 over aan de dochter-bv. De inspecteur rekent in de aanslag vpb 2020 een bedrag van € 6.098.681 aan als kwijtscheldingswinst. In geschil is of sprake is van een belastbare vrijval.
Schuld gaat teniet door vermenging
Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt vast dat na overdracht van het commanditaire belang geen sprake meer is van een samenwerkingsverband in de vorm van een cv. De enkele inschrijving bij de KvK maakt dat niet anders. Door de cessie wordt de dochter-bv zowel schuldeiser als schuldenaar van de rekening-courantschuld. Daardoor gaat de verbintenis door schuldvermenging teniet en valt de schuld vrij. Dat nooit actief is geïnd, betekent niet dat de vrijval al in een eerder jaar plaatsvindt.
De rechtbank verwerpt het standpunt dat sprake is van een informele kapitaalstorting. De curator handelt namens de failliete bv in het belang van haar schuldeisers, niet als aandeelhouder. Ook maakt de bv niet aannemelijk dat de rekening-courant kwalificeert als onzakelijke lening, bodemlozeputlening, deelnemerschapslening of artikel 10b Wet Vpb-lening. Er ontbreken overeenkomsten en concrete voorwaarden.
Geen geslaagd beroep op vertrouwen
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens. Uit overleg in 2015 over andere vennootschappen volgt geen expliciete standpuntbepaling over deze rekening-courantverhouding. De bv maakt niet aannemelijk dat de inspecteur heeft toegezegd dat een vrijval niet tot belastbare winst zou leiden.
De inspecteur neemt de vrijval terecht aan als kwijtscheldingswinst en past de kwijtscheldingswinstvrijstelling toe bij de aanslag vpb 2020. Ook de in rekening gebrachte belastingrente blijft in stand. Het beroep is ongegrond .
Wet: art. 3.8 Wet IB 2001, art. 8 en art. 10b Wet Vpb 1969
Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-02-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:969, BRE 24/8454 | NDFR





Geef een reactie