Kopers die een gekochte woning laten slopen en op het perceel een nieuwe woning bouwen waarin zij gaan wonen, hebben recht op het verlaagde tarief van 2%. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is toepassing van het tarief van 8% in strijd met doel en strekking van de wet.
Twee kopers verkrijgen in 2022 ieder voor de helft een perceel met daarop delen van twee geschakelde woningen. Zij betalen 8% overdrachtsbelasting over € 715.000. Daarna slopen zij de opstallen en bouwen een nieuwe woning waarin zij zelf gaan wonen. Volgens de inspecteur geldt het 2%-tarief niet, omdat zij nooit van plan waren de oorspronkelijke woning als hoofdverblijf te gebruiken.
Doel regeling geeft doorslag
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het 2%-tarief wel geldt. De onroerende zaak was bij verkrijging naar zijn aard een woning. Het hoofdverblijfcriterium is bedoeld om starters en doorstromers gunstiger te behandelen dan beleggers. De kopers zijn doorstromers en gebruiken de nieuw gebouwde woning duurzaam als hoofdverblijf. Volgens het hof verschilt sloop en herbouw bovendien niet wezenlijk van een grondige verbouwing. In beide gevallen is de woning tijdelijk onbewoonbaar en wordt deze daarna als hoofdverblijf gebruikt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat zulke kopers van het lage tarief moeten worden uitgesloten. Zij krijgen daarom € 42.900 overdrachtsbelasting terug.
Wet: art. 14 WBR en art. 3.111 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-09-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6025, 25/2595 en 25/2596 | NDFR




Geef een reactie