• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Standpunt bijheffing joint venture

13 april 2026 door redactie

minimumbelasting

De Kennisgroep Pijler 2 heeft twee vragen beantwoord over de regeling voor de bijheffing van een joint venture-groep.

Aan de kennisgroep zijn vragen gesteld over de toepassing van de artikelen 1.3 (vestigingsplaats) en 14.2, vijfde lid, (transitieregels) Wet minimumbelasting 2024 (‘WMB 2024’) bij de berekening van de bijheffing van een joint venture, zoals gedefinieerd in artikel 1.2, eerste lid, WMB 2024 (‘JV’).

Vragen

Op grond van artikel 9.4, tweede lid, WMB 2024 vindt de berekening van de bijheffing van een JV en de met de JV verbonden partijen plaats op de voet van de hoofdstukken 6 tot en met 10 WMB 2024 als ware de JV en de met haar verbonden partijen een aparte groep. Dit geeft aanleiding tot de volgende twee vragen:

  1. Is de vestigingsplaatsbepaling van artikel 1.3 WMB 2024 van toepassing bij de berekening van de bijheffing van een JV-groep?
  2. Is de transitiebepaling voor de onderbelastewinstbijheffing, zoals opgenomen in artikel 14.2, vijfde lid, WMB 2024, van toepassing bij de berekening van de bijheffing van een JV-groep?

Antwoorden

  1. Ja. Artikel 1.3 WMB 2024 bepaalt de vestigingsplaats van een entiteit en de plaats waar een vaste inrichting is gelegen voor toepassing van de WMB 2024. De vestigingsplaatsbepaling van artikel 1.3 WMB 2024 is van toepassing op een JV en de met de JV verbonden partijen en geldt daardoor ook bij de berekening van de bijheffing van een JV-groep overeenkomstig artikel 9.4, tweede lid, WMB 2024.
  2. Nee. Artikel 14.2, vijfde lid, WMB 2024 voorziet in een tijdelijke nihilstelling van de onderbelastewinstbijheffing voor multinationale groepen. Deze transitiebepaling wordt toegepast door de in Nederland gevestigde groepsentiteit die belastingplichtig is voor de onderbelastewinstbijheffing. Wanneer sprake is van een JV of JV-groep vindt de onderbelastewinstbijheffing plaats bij de moederentiteit die een belang heeft in de JV of JV-groep. Artikel 14.2, vijfde lid, WMB 2024 is niet relevant bij de berekening van de bijheffing van een JV-groep.

Bron: Belastingdienst, 10 april 2026

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Formulier OWR aangevuld met vragen en antwoorden over belastingrente
Volgende artikel
Aansprakelijkstelling boete naast strafveroordeling niet in strijd met una via

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verhoging vliegbelasting

Middelpunt levensbelangen piloot in VK sluit Nederlandse heffing uit

Hof Amsterdam oordeelt dat een Nederlandse piloot voor het belastingverdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk in 2018 uitsluitend inwoner is van het Verenigd Koninkrijk. Nederland mag daarom zijn loon van een Maltese luchtvaartmaatschappij niet belasten.

Nederland en Benin sluiten nieuw belastingverdrag

Nederland en Benin hebben op 21 mei in de Beninse havenstad Cotonou een nieuw belastingverdrag ondertekend.

Inspecteur mag step-down op verkrijgingsprijs niet toepassen wegens verdragstrouw

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat Nederland bij remigratie geen step-down mag toepassen op de verkrijgingsprijs van aandelen in een Poolse holding. Daardoor blijft de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang € 10.004.000.

wet minimumbelasting 2024

OESO publiceert standpunt over GloBE Information Return (GIR)

De OESO heeft een standpunt gepubliceerd over de GloBE Information Return (GIR).

douanerechten online bestellingen buiten eu

Nog veel knelpunten bij DAC7-richtlijn

Het ministerie van Financiën heeft een onderzoek gepubliceerd over de DAC7-richtlijn. Uit het onderzoek blijkt dat vooral kleinere platformen moeite hebben met de invoering van DAC7.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

AGENDA

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Online cursus Samenhang testament, statuten & aandeelhoudersovereenkomst bij bedrijfsopvolging

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Aangifte erfbelasting

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Masterclass Fiscaliteiten in de Eigenwoningregeling

Verdiepingscursus Erven en schenken

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×