De kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en België op een uitkering van een Belgische pensioenbonus opgebouwd tussen 1 juli 2024 en 31 december 2025.
Tussen 1 juli 2024 en 31 december 2025 voorzag de Belgische wetgeving in een mogelijkheid een zogenoemde pensioenbonus op te bouwen. De regeling had als doel het doorwerken na pensioendatum te stimuleren. Als werd doorgewerkt na de vroegste datum dat met rustpensioen kon worden gegaan, bouwde men een bonus op. Hoewel de mogelijkheid een bonus op te bouwen is gestopt per 1 januari 2026, worden bestaande rechten wel gerespecteerd. De bonus wordt in één keer uitgekeerd nadat het rustpensioen wordt opgenomen.
Volgens Belgisch fiscaal recht wordt de bonus in beginsel belast als pensioen, maar vrijgesteld op grond van artikel 39, derde paragraaf, Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (vanaf inkomstenjaar 2025, het eerste jaar dat er pensioenbonussen worden uitgekeerd).
Ook inwoners van Nederland kunnen recht hebben op een pensioenbonus. De uitkering wordt in Nederland progressief belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Vraag
Heeft Nederland op grond van het verdrag Nederland – België 2001 heffingsrecht over een door een inwoner van Nederland ontvangen pensioenbonus opgebouwd tussen 1 juli 2024 en 31 december 2025?
Antwoord
Het antwoord is afhankelijk van de hoedanigheid waarin de pensioenbonus is opgebouwd. Nederland heeft heffingsrecht over een pensioenbonus opgebouwd als werknemer, bestuurder of zelfstandige. België heeft heffingsrecht over een pensioenbonus opgebouwd als ambtenaar, tenzij de genieter de Nederlandse nationaliteit heeft. In dat laatste geval heeft Nederland heffingsrecht.





Geef een reactie