• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Wet werkelijk rendement box 3: stand van zaken en tips

23 maart 2026 door Sharog Susani

Tax Talks box 3

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement aangenomen, maar de politieke en maatschappelijke discussie over box 3 houdt onverminderd aan. In deze Tax Talks focusuitzending bespreekt mr. Nick van Bemmel de inhoud van het voorstel, de politieke strijd eromheen en de praktische aandachtspunten voor adviseurs.

Vanaf 1 januari 2028 worden in box 3 de werkelijk behaalde rendementen belast. De wet kent twee heffingssystematieken: de vermogensaanwasbelasting als hoofdregel voor de meeste beleggingen, en de vermogenswinstbelasting voor vastgoed en startups. Bij de vermogensaanwasbelasting worden zowel de lopende inkomsten als de ongerealiseerde waardestijgingen jaarlijks in de heffing betrokken. Bij de vermogenswinstbelasting is de belasting over waardestijgingen verschuldigd op het moment van verkoop, wat beter aansluit bij de liquiditeitspositie van de belastingplichtige. Het voorstel bevat ook een verliescompensatieregeling met een onbeperkte carry forward.

Politieke en inhoudelijke discussie

De Tweede Kamer heeft het voorstel met tegenzin aangenomen, mede onder druk van het budgettaire belang: uitstel zou jaarlijks € 2,4 miljard kosten. De drie voornaamste kritiekpunten betreffen de vermogensaanwasbelasting over ongerealiseerde winsten, het ontbreken van een carry back bij verliesverrekening en de onduidelijke definitie van het begrip startup. Als reactie op de kritiek heeft het kabinet toegezegd te onderzoeken of de vermogensaanwasbelasting alsnog kan worden omgezet naar een vermogenswinstbelasting voor meer categorieën. Daarnaast is een motie aangenomen om te verkennen of een carry back kan worden ingevoerd. Van Bemmel is zelf positief over de vermogensaanwasbelasting voor beursverhandelde beleggingen: die zijn liquide, de uitvoering is eenvoudiger en het systeem voorkomt belastinggedreven beleggingsbeslissingen. Voor illiquide beleggingen zoals private equity en minderheidsbelangen in familiebedrijven acht hij de vermogenswinstbelasting echter wenselijker.

Praktische tips voor de overgang naar 2028

Voor de praktijk benoemt Van Bemmel een aantal concrete aandachtspunten. Vastgoedbeleggers kunnen overwegen grootschalig onderhoud en verduurzamingsinvesteringen uit te stellen tot na 1 januari 2028, omdat deze kosten onder het nieuwe regime aftrekbaar zijn. Ook de WOZ-waarde verdient strategische aandacht: een bewust hoge openingsbalanswaarde op de peildatum kan bij latere verkoop leiden tot een verrekenbaar verlies. Wie een belang van 4,9% in een familiebedrijf heeft, doet er goed aan te onderzoeken of dit kan worden uitgebreid naar 5%, zodat het belang verschuift van box 3 naar box 2 met een aanzienlijk tariefvoordeel als gevolg. Tot slot wijst Van Bemmel erop dat de kostenaftrek onder de nieuwe wet de aangifte aanzienlijk complexer maakt en dat een forfaitaire kostenaftrek met tegenbewijsregeling de uitvoerbaarheid sterk zou verbeteren.

Meer weten

Tax Talks is hét online learning platform voor mkb-adviseurs. 30x per jaar wordt een item beschikbaar gesteld dat je via het online platform kunt bekijken. Na het afronden van de bijbehorende kennistoets ontvang je een certificaat en PE-punten.

Meer informatie en aanmelden

Wet: art. 5.1 e.v. Wet IB 2001

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Inkomstenbelasting, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Onjuiste feiten rechtvaardigen niet-ontvankelijk bezwaar in beroep
Volgende artikel
Bzm nu al terug te vragen, Eurovignet stopt per 1 juli 2026

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verlies ondernemer

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het box 3-vermogen van de man terecht heeft gecorrigeerd wegens duurzaam overtollige liquiditeiten in zijn eenmanszaak. Slechts €165.000 van de bank- en spaartegoeden geldt als werkkapitaal; het restant is overtollig en valt in box 3.

lijfrente

Standpunt box 3 en terugstorting betaalde lijfrentepremies en/of -inleg na opzegging of ontbinding lijfrenteverzekeringen

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze het bedrag van de terugstorting van betaalde lijfrentepremies en/of   - inleg na opzegging of ontbinding van een lijfrenteproduct in aanmerking wordt genomen onder de Wet rechtsherstel box 3 en de box 3-wetgeving met ingang van 1 januari 2023.

deadline bezwaar vergoeding

Nadelig uitpakken box 3-verdeling voor toeslagen redt bezwaartermijn niet

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de termijnoverschrijding bij het bezwaar tegen de aanslagen IB/PVV 2023 niet verschoonbaar is. Ambtshalve vermindering is ook niet mogelijk, omdat de aanslagen al onherroepelijk vaststaan.

opstal waarde woning eigenwoningregeling

Onderlinge verdeling eigen woning wijzigen bij navordering

De Hoge Raad oordeelt dat een belastingplichtige en zijn partner een aanvankelijk gekozen onderlinge verdeling van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel mogen wijzigen zolang de navorderingsaanslagen van beiden nog niet onherroepelijk vaststaan. Die mogelijkheid geldt niet alleen voor het inkomensbestanddeel waarop de navordering ziet.

bedrag ineens pensioen

Standpunt pensioenvrijstelling Vpb

In samenwerking met de Kennisgroep pensioenen heeft de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen de vraag beantwoord of een voorwaarde van een minimumleeftijd of van een minimum loonbedrag voor deelname aan een pensioenregeling voor een buitenlands pensioenlichaam in de weg staat aan de toepassing van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Future Fit Professionals

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

AGENDA

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×