De Kennisgroep overdrachtsbelasting geeft antwoord op de vraag of de verkrijging van een waterbassin of de ondergrond daarvan onder de cultuurgrondvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel q, WBR valt.
In 2009 (in KG 09-052-008) heeft de Kennisgroep overdrachtsbelasting het volgende standpunt ingenomen over de verkrijging van een waterbassin en de toepassing van de cultuurgrondvrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel q van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna WBR):
“Een waterbassin wordt als zodanig niet gebruikt voor de teelt van gewassen, maar kan wel als een aanhorigheid of bestanddeel worden aangemerkt bij landerijen of een kas. In dat geval deelt het waterbassin in de vrijstelling van de glasopstand waarvan zij een aanhorigheid is.”
Nieuwe jurisprudentie heeft ertoe geleid dat in 2018 (in KG 17-052-04, KG 17-052-04, zie WOO, 4e deelbesluit Kennisgroepstandpunten, documenten overdrachtsbelasting) de Kennisgroep overdrachtsbelasting zijn standpunt heeft herzien. De cultuurgrondvrijstelling is niet van toepassing op de verkrijging van een waterbassin. Deze standpunten hebben betrekking op een waterbassin, niet zijnde een opstal (aarden wal met folie).
Het komt in de praktijk voor dat belanghebbenden, onder verwijzing naar het (achterhaalde en ingetrokken) standpunt van de Kennisgroep overdrachtsbelasting uit 2009, bij de verkrijging van een waterbassin aanspraak willen maken op de cultuurgrondvrijstelling. Hoewel het standpunt uit 2018 via de WOO openbaar is gemaakt, is het in de praktijk niet altijd bekend bij belanghebbenden.
De Kennisgroep overdrachtsbelasting acht het daarom zinvol om nu een geactualiseerde versie van het herziene standpunt uit 2018 te publiceren.
De vrijstelling is niet van toepassing op de verkrijging van een waterbassin of de ondergrond van een waterbassin, omdat geen sprake is van cultuurgrond zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel q WBR.





Geef een reactie