• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Verhoogd eigenwoningforfait niet in strijd met EVRM

23 januari 2026 door Sharog Susani

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het verhoogde eigenwoningforfait van 2,35% niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht uit het EVRM. De wetgever mag bij duurdere woningen meer gewicht toekennen aan het beleggingsaspect.

Een man beschikte in 2023 samen met zijn fiscaal partner over een eigen woning met een WOZ-waarde van € 1.683.000. De inspecteur heeft over 2023 een aanslag ib/pvv opgelegd. Bij de berekening van het eigenwoningforfait is 0,35% toegepast op de eigenwoningwaarde tot € 1.200.000 en 2,35% op de waarde daarboven (€ 483.000). Dit resulteert in een eigenwoningforfait van € 15.550. De man stelt dat het percentage van 0,35% op de gehele eigenwoningwaarde moet worden toegepast. Hij voert aan dat het verhoogde eigenwoningforfait in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM in verbinding met artikel 14 EVRM. Volgens hem past de regeling niet binnen het doel van de Wet IB 2001 om te heffen naar draagkracht en over daadwerkelijk genoten inkomen. Ook is de redelijke verhouding tussen het doel van de regeling en de ongelijkheid die door de vormgeving wordt veroorzaakt zoek. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het verhoogde eigenwoningforfait op regelniveau in strijd is met het EVRM.

Wetgever heeft ruime beoordelingsmarge niet overschreden

De rechtbank stelt voorop dat het heffen van belasting een inmenging is in het recht op ongestoord genot van eigendom. Deze inmenging moet lawful zijn, een legitimate aim dienen en een fair balance tussen de belangen van het individu en het algemene belang respecteren. De wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij de middelen en hun geschiktheid om het doel te bereiken. Uit de wettekst en wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor het eigenwoningforfait van 2,35% voor woningen vanaf een bepaalde waarde. De wetgever heeft in het kader van evenwichtige maatregelen voor diverse inkomens- en vermogensgroepen de afweging gemaakt om bij duurdere woningen meer gewicht toe te kennen aan het beleggingsaspect (de waardeontwikkeling). De wetgever heeft de hem toekomende ruime beoordelingsmarge hierbij niet overschreden. Het percentage van 2,35% geldt alleen voor dat gedeelte van de eigenwoningwaarde waarmee die waarde het grensbedrag van € 1.200.000 overtreft. Dat de wetgever ook budgettaire aspecten in zijn beoordeling heeft betrokken maakt dit niet anders. Budgettaire aspecten zijn inherent aan vrijwel elke maatregel op het gebied van belastingheffing. Ook de omstandigheid dat geheven wordt over inkomsten die niet feitelijk zijn gerealiseerd, brengt niet mee dat de heffing in strijd is met artikel 1 EP. Het beroep is ongegrond.

Wet: art. 3.112 Wet IB 2001, art. 1 Eerste Protocol EVRM  en art. 14 EVRM

Bron: Rechtbank Den Haag, 05-01-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:569, 25/4867 | NDFR

Filed Under: Eigen woning, Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Pensioenfonds verricht verzekeringsdienst en mist btw-aftrek
Volgende artikel
Vooraankondiging arresten Hoge Raad 30 januari 2026

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

Appartementsrecht kwalificeert voor 70% als woning

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een voormalig winkel-/kantoorappartement voor 70% als woning geldt voor de overdrachtsbelasting. Voor dat deel mag het 2%-tarief worden toegepast, voor het overige 30% het algemene tarief van 10,4%.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass in de Eigenwoningregeling

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×