• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Versoepeling aflossingseis

20 september 2013 door Remco Latour

De staatssecretaris van Financiën keurt goed dat in bepaalde gevallen de aflossingseis wordt versoepeld als een eigenwoningschuld wordt overgesloten naar een nieuwe schuld.

Als een eigenwoningschuld na 1 januari 2013 ontstaat en niet valt onder het overgangsrecht, moet de eigenwoningbezitter deze schuld minstens annuïtair en in hoogstens 360 maanden volledig aflossen. Bij onder meer het oversluiten van een hypotheek kijkt de Belastingdienst naar de stand van de voorganger van de nieuwe schuld inclusief tussentijdse aflossingen. Dit kan betekenen dat de eigenwoningbezitter minder tijd krijgt om de nieuwe schuld af te lossen. Hierdoor kan hij ook gedurende een kortere periode de hypotheekrente aftrekken. Deze bepaling ziet ook op de verstreken looptijd van schulden die vanaf 1 januari 2001 tot 1 januari 2013 behoorden tot de eigenwoningschuld. Hetzelfde geldt voor de looptijd vanaf 1 januari 2013 van schulden die behoorden tot de bestaande eigenwoningschuld onder het overgangsrecht. Door dit alles gaat in de volgende situaties een aflossingseis gelden na een periode van renteaftrek:

  • de belastingplichtige heeft een oude eigenwoningschuld (dat is een schuld die dateert van vóór 2013) gehad, maar valt niet onder het overgangsrecht. Vervolgens krijgt hij weer een eigenwoningschuld onder het huidige recht;
  • de belastingplichtige heeft een bestaande eigenwoningschuld gehad die onder het overgangsrecht viel, maar verliest de toepassing van het overgangsrecht op enig moment. Vervolgens krijgt hij weer een eigenwoningschuld onder het huidige recht;
  • de belastingplichtige heeft zowel een oude eigenwoningschuld als een bestaande eigenwoningschuld gehad die onder het overgangsrecht viel. Op enig moment verliest hij echter de mogelijkheid om het overgangsrecht toe te passen. Vervolgens krijgt hij weer een eigenwoningschuld onder het huidige recht.

Een voorbeeld is de situatie waarin iemand zijn vorige eigen woning heeft verkocht vóór 1 januari 2013 en zijn hypotheek heeft afgelost, terwijl hij nog geen nieuwe eigen woning en dus evenmin een nieuwe hypotheek heeft.

 

Goedkeuring

In de drie genoemde situaties vindt de staatssecretaris van Financiën de inkorting van de aflossingsperiode onwenselijk. Vooruitlopend op een wetswijziging keurt hij daarom goed dat de aflossingstermijn niet wordt ingekort voor de desbetreffende schulden die:

  • behoorden tot een bestaande eigenwoningschuld op grond van het overgangsrecht; of
  • in de jaren 2001 tot en met 2012 behoorden tot de eigenwoningschuld.

Bij de bepaling van de maximale periode van renteaftrek moet men overigens wel rekening houden met de eerder genoten periode van renteaftrek.

 

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

  • de maximale periode van renteaftrek van 360 maanden waarin sprake is van een eigenwoningschuld wordt verkort met de verstreken looptijd van de voorgaande schulden die behoorden tot de oude of bestaande eigenwoningschuld;
  • de verstreken looptijd van de tot de oude of bestaande eigenwoningschuld wordt berekend volgens de systematiek die gold op het moment van de hypotheekrenteaftrek en wordt per schuld naar beneden afgerond op het aantal verstreken hele kalendermaanden.
  • als de eigenwoningschuld bestaat uit schulden met verschillende looptijden, geldt dat de schuld met de kortste resterende maximale looptijd als eerste het eind van de termijn van 360 maanden bereikt.

Na het verstrijken van de maximale periode van renteaftrek maken de schulden deel uit van de rendementsgrondslag in box 3.

 

Wet: artikelen 3.119c, derde lid en 10bis.1 IB 2001

Meer informatie: ministerie van Financiën, 3 september 2013, BLKB2013/1604M

Filed Under: Eigen woning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Belastingplan 2014 en fiscale wetsvoorstellen gepubliceerd
Volgende artikel
Strengere regels voor APV’s

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

eigenwoningschuld

Oversluiten hypotheek met te lange looptijd blokkeert renteaftrek

Bij het oversluiten van een hypotheek moet rekening worden gehouden met de resterende looptijd van de oude lening. Een later herstel van de looptijd werkt niet terug voor de renteaftrek in box 1.

Verhoogd eigenwoningforfait niet in strijd met EVRM

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het verhoogde eigenwoningforfait van 2,35% niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht uit het EVRM. De wetgever mag bij duurdere woningen meer gewicht toekennen aan het beleggingsaspect.

eigenwoningschuld

Aftrek eigen woning in 2024 € 24,8 miljard

In 2024 trokken huiseigenaren bij hun belastingaangifte in totaal € 24,8 miljard van hun inkomen af vanwege hun woning, 7 procent meer dan een jaar eerder. Het bedrag aan aftrek eigen woning nam daarmee voor het tweede jaar op rij toe en leverde woningbezitters een belastingvoordeel van € 9,5 miljard op.

beschikking met dagtekening zondag

WOZ-beschikking rechtsgeldig en niet in strijd met EVRM ondanks dagtekening op zondag

Hof Den Haag oordeelt dat een WOZ-beschikking niet in strijd is met art. 1 EP EVRM en art. 13 EVRM, en rechtsgeldig is ondanks dagtekening op zondag. De heffingsambtenaar hoeft bij het vaststellen van de WOZ-waarde geen rekening te houden met een eerder compromis.

WOZ woontoren

WOZ-waarde appartement verlaagd: ligging op bovenste etage niet bepalend

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat een appartement op de bovenste verdieping geen hogere WOZ-waarde rechtvaardigt dan vergelijkbare appartementen op lagere verdiepingen. Het beroep op de meerderheidsregel slaagt.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass in de Eigenwoningregeling

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×