De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement aangenomen, maar de politieke en maatschappelijke discussie over box 3 houdt onverminderd aan. In deze Tax Talks focusuitzending bespreekt mr. Nick van Bemmel de inhoud van het voorstel, de politieke strijd eromheen en de praktische aandachtspunten voor adviseurs.
Vanaf 1 januari 2028 worden in box 3 de werkelijk behaalde rendementen belast. De wet kent twee heffingssystematieken: de vermogensaanwasbelasting als hoofdregel voor de meeste beleggingen, en de vermogenswinstbelasting voor vastgoed en startups. Bij de vermogensaanwasbelasting worden zowel de lopende inkomsten als de ongerealiseerde waardestijgingen jaarlijks in de heffing betrokken. Bij de vermogenswinstbelasting is de belasting over waardestijgingen verschuldigd op het moment van verkoop, wat beter aansluit bij de liquiditeitspositie van de belastingplichtige. Het voorstel bevat ook een verliescompensatieregeling met een onbeperkte carry forward.
Politieke en inhoudelijke discussie
De Tweede Kamer heeft het voorstel met tegenzin aangenomen, mede onder druk van het budgettaire belang: uitstel zou jaarlijks € 2,4 miljard kosten. De drie voornaamste kritiekpunten betreffen de vermogensaanwasbelasting over ongerealiseerde winsten, het ontbreken van een carry back bij verliesverrekening en de onduidelijke definitie van het begrip startup. Als reactie op de kritiek heeft het kabinet toegezegd te onderzoeken of de vermogensaanwasbelasting alsnog kan worden omgezet naar een vermogenswinstbelasting voor meer categorieën. Daarnaast is een motie aangenomen om te verkennen of een carry back kan worden ingevoerd. Van Bemmel is zelf positief over de vermogensaanwasbelasting voor beursverhandelde beleggingen: die zijn liquide, de uitvoering is eenvoudiger en het systeem voorkomt belastinggedreven beleggingsbeslissingen. Voor illiquide beleggingen zoals private equity en minderheidsbelangen in familiebedrijven acht hij de vermogenswinstbelasting echter wenselijker.
Praktische tips voor de overgang naar 2028
Voor de praktijk benoemt Van Bemmel een aantal concrete aandachtspunten. Vastgoedbeleggers kunnen overwegen grootschalig onderhoud en verduurzamingsinvesteringen uit te stellen tot na 1 januari 2028, omdat deze kosten onder het nieuwe regime aftrekbaar zijn. Ook de WOZ-waarde verdient strategische aandacht: een bewust hoge openingsbalanswaarde op de peildatum kan bij latere verkoop leiden tot een verrekenbaar verlies. Wie een belang van 4,9% in een familiebedrijf heeft, doet er goed aan te onderzoeken of dit kan worden uitgebreid naar 5%, zodat het belang verschuift van box 3 naar box 2 met een aanzienlijk tariefvoordeel als gevolg. Tot slot wijst Van Bemmel erop dat de kostenaftrek onder de nieuwe wet de aangifte aanzienlijk complexer maakt en dat een forfaitaire kostenaftrek met tegenbewijsregeling de uitvoerbaarheid sterk zou verbeteren.
Meer weten
Tax Talks is hét online learning platform voor mkb-adviseurs. 30x per jaar wordt een item beschikbaar gesteld dat je via het online platform kunt bekijken. Na het afronden van de bijbehorende kennistoets ontvang je een certificaat en PE-punten.





Geef een reactie