Het hof oordeelt dat de verhuur van een werkkamer en garage in een woning een economische activiteit vormt en dat kan worden geopteerd voor belaste verhuur. Beperkt privégebruik staat niet in de weg aan aftrek van voorbelasting voor zover het gebruik zakelijk is.
Een samenwerkingsverband van twee natuurlijke personen laat in 2018 een woning bouwen. Onderdeel van die woning zijn een werkkamer en een garage. Eén van de maten is advocaat en dga van een bv. Vanaf 1 oktober 2020 verhuurt het samenwerkingsverband de werkkamer en garage aan die bv tegen een marktconforme huur, met btw. In de werkkamer verricht de advocaat werkzaamheden voor de bv. In de garage wordt de auto van de zaak gestald en worden stukken van de bv opgeslagen, maar de garage wordt ook deels privé gebruikt. Het samenwerkingsverband trekt de voorbelasting op de bouwkosten van de werkkamer volledig en die van de garage voor 79% af. De inspecteur weigert de teruggaaf. Volgens hem is geen sprake van een economische activiteit, ontbreekt een rechtstreeks verband met de bouwkosten en is belaste verhuur niet mogelijk vanwege privégebruik. De rechtbank volgt de inspecteur, waarna hoger beroep volgt.
Verhuur is economische activiteit
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de verhuur van de werkkamer en garage een economische activiteit vormt. Doorslaggevend is dat de ruimten daadwerkelijk tegen een zakelijke en marktconforme vergoeding aan de bv worden verhuurd. Dat de werkkamer en garage niet zonder meer aan een willekeurige derde verhuurbaar zijn en dat de verhuur samenhangt met de werkzaamheden van de advocaat, doet daar niet aan af. Anders dan in het Borsele-arrest is hier sprake van een reële vergoeding die in rechtstreeks verband staat met de prestatie. Het samenwerkingsverband neemt daarmee deel aan het economische verkeer en is ondernemer voor de btw.
Recht op aftrek en optie belaste verhuur
Volgens het hof bestaat ook een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de bouwkosten en de verhuur. Van meet af aan bestond de intentie om delen van de woning zakelijk te gebruiken en tegen vergoeding ter beschikking te stellen aan de bv. Dat de woning ook zonder werkkamer zou zijn gebouwd, staat aftrek niet in de weg. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat ook bij enig privégebruik kan worden geopteerd voor belaste verhuur. Beslissend is dat de werkkamer en garage als geheel hoofdzakelijk anders dan als woning worden gebruikt. Het ondergeschikte privégebruik verhindert de optie niet. Het hoger beroep slaagt en de inspecteur moet de gevraagde btw-teruggaven verlenen.
Wet: art. 11-1-b en art. 15 Wet OB 1968
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 10-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3538, 23/1354 tot en met 23/1357 | NDFR





Geef een reactie