• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Investeringsbehoefte doet liquide middelen onder BOR vallen

25 augustus 2023 door Remco Latour

BOR bedrijfsopvolgingsregeling

Drijft een bv een materiële onderneming en moet zij in dat kader investeringen doen? Dan kunnen liquide middelen en effecten ondernemingsvermogen voor de bedrijfsopvolgingsregeling zijn.

Op 22 maart 2016 overlijdt een vrouw, die haar twee kinderen heeft benoemd tot erfgenaam en haar vier kleinkinderen aangewezen als legataris. De nalatenschap omvat onder andere een aandelenbelang van 37,56% in een holding. Deze holding houdt alle aandelen in een bv met diverse deelnemingen. De activiteiten van de bv zijn voornamelijk gericht op het ontwikkelen, fabriceren en verkopen van hoogwaardige ingrediënten voor brood en banket. In 2015 heeft de bv nieuwe belangen verkregen en enkele bestaande belangen uitgebreid. Eind 2015 staan op de balans van de holding ook ruim € 30 miljoen en € 12 miljoen aan liquide middelen respectievelijk effecten. De erfgenamen en legitimarissen willen de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet toepassen. Maar de vraag is of met betrekking tot enkele uitbreidingen is voldaan aan de zogeheten bezitseis. Ook staat ter discussie of de liquide middelen en beleggingen voor de BOR kwalificeren als ondernemingsvermogen.

Bv drijft één objectieve onderneming

Bij overlijden houdt de bezitseis in dat de erflater minimaal een jaar voor zijn overlijden de aandelen onafgebroken in bezit heeft gehad. De vennootschap waarin hij de aandelen houdt, moet gedurende minimaal die periode een onderneming drijven. Omdat de vrouw is overleden vóór 1 juli 2016, geldt nog de oude regeling. Dat betekent dat de bezittingen en schulden van de bv naar rato worden toegerekend aan de holding. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bv een materiële onderneming drijft en dat dit één objectieve onderneming is. Daarom is niet van belang dat een deel van de belangen die de bv houdt minder dan een jaar voor het overlijden zijn verkregen. Voor de uitbreiding van de belangen geldt geen afzonderlijke bezitstermijn.

Liquide middelen en effecten nodig voor investeringen

Vervolgens stelt een legataris dat de liquide middelen en effecten van de holding ondernemingsvermogen vormen. De holding is opgericht als financieringsorgaan van de bv, die de liquide middelen en effecten kan gebruiken voor acquisitie en investeringen. Bovendien waarborgen deze vermogensbestanddelen dat het karakter van familiebedrijf behouden blijft. Ten slotte vormen ze een buffer voor de kosten van de eigen bedrijfsvoering van de holding. De rechtbank gaat mee in deze stellingen. Volgens de rechtbank is mede van belang dat de bv dankzij haar dividendbeleid een financiële buffer voor overnames en onderhouds- en investeringen kan aanhouden. De bv heeft het voornemen om jaarlijks € 15 miljoen aan overnames en voor € 27,5 miljoen aan onderhoud en investeringen te doen. De rechtbank staat daarom de bv toe om 70% van dit jaarbedrag als buffer aan te houden. Een bedrag van € 29,75 miljoen aan liquide middelen en effecten kwalificeert dus als ondernemingsvermogen.

Wet: art. 35c, 35d en 35e SW

Bron: Rechtbank Gelderland 30 juni 2023 (gepubliceerd 21 augustus 2023), ECLI:NL:RBGEL:2023:4544, ARN 21/3009

PE-Pitstop Optimaliseren bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

De cursus is geen (basis)cursus over de theorie van de BOR, maar meer een verfijnde vertaling hiervan naar de ‘echte praktijk’. Enige basiskennis over de BOR is daarom wenselijk. Na het volgen van de Pitstop weet je wanneer de BOR van toepassing is, hoe deze toepassing fiscaal geoptimaliseerd kan worden en welke civielrechtelijke aspecten hierbij van belang zijn. Het aanmerkelijk belang staat tijdens de cursus centraal.

Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Afsprakendocumenten BPM openbaar
Volgende artikel
Kantonrechter uit zorgen over ‘no cure, no pay’-problematiek

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Verdiepingscursus Aangifte erfbelasting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Cursus Contracteren en managen van AI-systemen | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×