• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Oudedagsverplichting is nog niet op alle punten duidelijk

12 april 2024 door Remco Latour

Mr. dr. Gerard Staats gaat in het nieuwste nummer van Vakblad Estate Planning in op enkele onduidelijkheden rond de oudedagsverplichting.

Vanwege de inwerkingtreding van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer per 1 januari 2017 hebben veel dga’s hun pensioen in eigen beheer (PEB) omgezet in een oudedagsverplichting (ODV). Staats stelt dat de wetgever met de ODV wellicht onbedoeld maar feitelijk een nieuwe vorm van een oudedagsvoorziening heeft ontwikkeld. Het omzetten van het pensioen in eigen beheer in een ODV was eigenlijk vrij eenvoudig. Eerst is het PEB fiscaal geruisloos afgestempeld van de commerciële naar de fiscale waarde en vervolgens omgezet in een ODV. De fiscale reservering was hierbij gelijk aan de waarde van de ODV. De eerste ODV-uitkering mag niet eerder plaatsvinden dan vijf jaar voordat de uitkeringsgerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd behaalt. Maar de eerste ODV-uitkering mag evenmin later plaatsvinden dan twee maanden na het behalen van de AOW-leeftijd. De totale uitkeringsduur is maximaal 20 jaar plus de periode vóór het bereiken van de AOW-leeftijd waarin ODV-uitkeringen hebben plaatsgevonden.

ODV-uitkeringen na overlijden dga

Als de dga overlijdt nadat de ODV-uitkeringen zijn ingegaan, moeten de erfgenamen de ODV-uitkeringen ontvangen totdat de 20-jaarstermijn is volgemaakt. Zijn de ODV-uitkeringen nog niet ingegaan? Dan moeten de uitkeringen binnen twaalf maanden na het overlijden ingaan en toekomen aan de erfgenamen. Deze erfgenamen moeten overigens natuurlijke personen zijn. Ook als de ODV-uitkeringen op het moment van overlijden van nog niet zijn ingegaan, is de looptijd dan 20 jaar. Staats benadrukt hierbij dat de termijn van twaalf maanden uniek is voor de ODV. Daarom moet men ervoor waken om deze termijn niet te overschrijden. Verder is van belang dat de ODV op enig moment geheel of gedeeltelijk is over te dragen aan een verzekeraar of bank voor de aankoop van een lijfrente.

Derdenbeding

Of de ODV-uitkering een uitkering uit hoofde van een derdenbeding is, vormt een belangrijk vraagstuk. Vloeit de ODV-uitkering namelijk voort uit derdenbeding, dan is de nalatenschap kleiner, wat weer de verschuldigde erfbelasting kan beïnvloeden. De erfgenamen zouden kunnen stellen dat zij op grond van de overeenkomst recht hebben op (een deel van) de aanspraak, omdat zij het dan kwalificeren als een derdenbeding. Men kan deze onduidelijkheid volgens Staats wegnemen een eind te maken door expliciet in de ODV-overeenkomst op te nemen dat geen sprake is van een derdenbeding of dat het testament leidend is. Een andere mogelijkheid is om in de ODV-overeenkomst niet aan te geven wat er gebeurt bij overlijden. Op basis van de wet is dan duidelijk dat bij overlijden de ODV-uitkeringen toekomen aan de erfgenamen en niet alleen aan de langstlevende partner.

ODV in de huwelijksgemeenschap?

Een andere belangrijke vraag is of een ODV tot de huwelijksgemeenschap behoort. In dat geval deelt de partner immers mee in de waarde(ontwikkeling) ervan. Staats stelt dat de omzetting van het PEB in een ODV mogelijk op één lijn te stellen met een afkoop van het pensioen onder verkrijging van een vorderingsrecht voor een deel van de commerciële waarde van het pensioen. Bij overlijden moet men volgens Staats de gehele waarde van de ODV bij de ODV-gerechtigde (dga) nemen. De partner van dga heeft dus geen vordering op de dga vanwege waardeverrekening van de ODV. De nalatenschap van de dga is daarmee groteren en die van zijn partner kleiner. Staats wijst erop dat zijn standpunt afwijkt van de huidige visie van de fiscus. De fiscus meent dat bij overlijden van de dga de langstlevende echtgenoot wel aanspraak krijgt op de helft van de waarde van de ODV.

Wet: art. 10a.18 Wet IB 2001, art. 38p, tweede lid, onderdeel a Wet LB, art. 13 SW en art. 4 Wet vps

Nieuwsgierig naar het hele artikel in Vakblad Estate Planning en nog geen abonnee? Neem nu een voordelig kennismakingsabonnement

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Pas rechtsherstel bij significante afwijking
Volgende artikel
Gewijzigd KGS vanwege hardheidsclausule

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

btw vastgoed

Standpunt verlaging WOZ-waarde als onroerende zaak uit afzonderlijk verhuurde woningen bestaat

De Kennisgroep onroerende zaken en de Kennisgroep successiewet hebben de vraag beantwoord of de verlaging van de WOZ-waarde met € 20.000 ook van toepassing is bij de waardering van afzonderlijk verhuurde woningen die onderdeel uitmaken van een onroerende zaak die kadastraal of in appartementsrechten kan worden gesplitst.

Internetconsultatie Fiscale verzamelwet 2028

Het ministerie van Financiën is een  internetconsultatie over de Fiscale verzamelwet 2028 gestart.

APV-regeling ook zonder misbruik van toepassing op familiestichting

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de APV-regeling ook geldt voor een familiestichting zonder fiscaal motief of misbruik. De erfgenamen blijven daarom belasting verschuldigd over hun toegerekende aandeel in het stichtingsvermogen.

Brede steun voor hogere belasting bij grote erfenissen

Een kleine minderheid pleit voor afschaffing van de erfbelasting, terwijl meer dan de helft vindt dat erfenissen zwaarder belast mogen worden dan nu het geval is. Ook bestaat er brede steun voor een progressieve erfbelasting, waarbij grotere erfenissen zwaarder worden belast dan kleinere. Nieuw onderzoek naar erfbelasting

vermogensverdeling

Standpunten Kennisgroep successiewet geactualiseerd

De Kennisgroep successiewet heeft een aantal standpunten geactualiseerd naar aanleiding van wetswijzigingen per 1 januari 2025 en 1 januari 2026.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Congres Estate Planning 2026

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×