• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Toets bezitseis BOR per afzonderlijk vermogensbestanddeel

20 december 2024 door Remco Latour

De juridische splitsing van een bv kan de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling beperken.

Sinds 1986 waren de vader en moeder van een vrouw voor 51% respectievelijk 49% aandeelhouders van een bv. De aandelen van de vader zijn na zijn overlijden op 6 september 2017 aan de moeder toebedeeld. Op 7 september 2020 vindt een juridische splitsing van de bv plaats, waarbij een nieuwe bv ontstaat. Op dezelfde dag schenkt de moeder alle aandelen in die nieuwe bv aan haar dochter. Wanneer de vrouw haar aangifte schenkbelasting indient, doet zij een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Maar de inspecteur past de BOR slechts voor 49% van de aandelen toe. Dit leidt tot een te betalen bedrag van € 9.228 aan schenkbelasting. De inspecteur stelt namelijk dat de moeder de aandelen binnen vijf jaar voor de schenking heeft verkregen. Daardoor is niet voldaan aan de zogeheten bezitseis van de BOR.

Niet voldaan aan bezitseis

De vrouw meent echter dat de periode waarin haar vader de aandelen bezat, moet meetellen voor de bezitstermijn. Rechtbank Den Haag oordeelt dat het bezitsvereiste van vijf jaar geldt voor ieder vermogensbestanddeel afzonderlijk. Aangezien de moeder de aandelen binnen vijf jaar voor de schenking heeft verkregen, is niet voldaan aan de bezitseis. De rechtbank verwerpt ook het argument dat de bezitstermijn van de vader moet worden meegerekend. De wet en de uitvoeringsregeling bevatten geen bepaling die het standpunt van de vrouw ondersteunt. De rechtbank concludeert dat de aanslag schenkbelasting terecht is opgelegd en verklaart het beroep van de vrouw ongegrond.

Wet: art. 35d, eerste lid, onderdeel c SW

Bron: rechtbank Den Haag 5 december 2024 (gepubliceerd 19 december 2024) ECLI:NL:RBDHA:2024:20487, AWB 23/2304

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
OVB over certificaten in bv met aan derden verhuurd vastgoed
Volgende artikel
Wetsvoorstel Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling ingediend

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Specialisatieopleiding Estate Planning

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×