Gerechtshof Den Haag oordeelt dat een appartement op de bovenste verdieping geen hogere WOZ-waarde rechtvaardigt dan vergelijkbare appartementen op lagere verdiepingen. Het beroep op de meerderheidsregel slaagt.
Een vrouw is eigenaar van een appartement van 150 m² op de negende (bovenste) verdieping van woontoren A in een complex met drie identieke woontorens. Het appartement heeft bouwtype D en beschikt over een berging, balkon en parkeerplaats. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op € 671.000 voor het jaar 2023. Rechtbank Den Haag verlaagt deze waarde naar € 641.000 na een compromisvoorstel van de heffingsambtenaar. De vrouw stelt dat zeven andere appartementen van bouwtype D in dezelfde woontoren identiek zijn aan haar appartement, maar een WOZ-waarde hebben van € 626.000. Zij beroept zich op schending van de meerderheidsregel. De heffingsambtenaar stelt dat de hogere waardering gerechtvaardigd is omdat het appartement op de bovenste verdieping ligt, met als voordelen: meer privacy, geen overlast van bovenburen, beter uitzicht en minder straatlawaai. Het geschil betreft of sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel.
Geen hogere waarde bovenste etage
Hof Den Haag oordeelt dat het beroep op de meerderheidsregel slaagt. De vrouw heeft aannemelijk gemaakt dat de zeven door haar aangedragen appartementen hoogstens verwaarloosbare verschillen vertonen ten opzichte van haar appartement. De ligging op de bovenste etage rechtvaardigt geen hogere waardering. Deze ligging biedt zowel geringe voor- als nadelen, zodat de ligging voor alle objecten gemiddeld is. Van een dakterras of andere bijzondere voorzieningen die het predicaat penthouse rechtvaardigen is geen sprake. Ook blijkt uit verkoopcijfers niet dat appartementen op de bovenste woonlaag een hogere waarde hebben. Het hof wijst op de verkoop van een vergelijkbaar appartement op de bovenste verdieping op 13 september 2021 tegen € 597.000 (geïndexeerd: € 603.351). Van een rechtens relevant verschil is geen sprake.
Meerderheidsregel geschonden
Zelfs als de zes door de heffingsambtenaar aangedragen appartementen (alle op de bovenste verdieping) worden meegenomen in de beoordeling, slaagt het beroep op de meerderheidsregel. In dat geval behoren dertien objecten tot de relevante groep, waarvan er acht lager zijn gewaardeerd dan het appartement van de vrouw. Het hof stelt de WOZ-waarde vast op € 626.000, zoals de vrouw heeft bepleit en vermindert de ozb-aanslag dienovereenkomstig.
Wet: art. 22 Wet WOZ
Bron: Gerechtshof Den Haag, 09-12-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2675, BK-25/424 | NDFR





Geef een reactie