De Hoge Raad oordeelt dat bij pakketbezorging niet de hele dagroute telt voor laden en lossen. Per bezorgstop moet worden gekeken naar de omvang en het gewicht van de bezorgde pakketten.
Een pakketbezorger staat op 28 januari 2022 met zijn auto in Rotterdam op een betaalde parkeerplaats zonder parkeerbelasting te betalen. De gemeente legt een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. De bezorger stelt dat hij niet parkeerde, maar bezig was met onmiddellijk laden en lossen. Hij moest die dag 89 pakketten bezorgen en leverde rond het controlemoment pakketten af op tien adressen in dezelfde straat. Hof Den Haag vindt dat sprake is van laden en lossen, omdat het totale aantal pakketten die dag bezwaarlijk zonder auto kan worden bezorgd.
Concrete bezorgstop beslissend
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het begrip onmiddellijk laden en lossen te ruim uitlegt. Niet het totale aantal pakketten van die dag is beslissend, maar het pakket of de combinatie van pakketten die tijdens het concrete stilstaan van de auto wordt bezorgd. Alleen als die goederen door hun omvang of gewicht niet of bezwaarlijk anders dan per auto kunnen worden gebracht, kan sprake zijn van onmiddellijk laden en lossen. De zaak gaat naar Gerechtshof Amsterdam voor onderzoek naar omvang en gewicht van de pakketten bij deze bezorgstop. De stelplicht en bewijslast liggen bij de bezorger.
Wet: art. 225 Gemeentewet
Bron: Hoge Raad, 19-06-2026, ECLI:NL:HR:2026:957, 24/03953 | NDFR





Geef een reactie