De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of het winstaandeel dat een Nederlandse vennootschap geniet uit hoofde van een commanditair belang in een Duitse GmbH & Co. KG vanaf 1 januari 2025 onder de objectvrijstelling valt.
X BV, gevestigd in Nederland, is de enige commanditaire vennoot in een Duitse GmbH & Co. KG. De beherend vennoot van Y is Z GmbH, een in Duitsland gevestigde kapitaalvennootschap.
X BV en Y behoren tot een internationaal concern dat actief is in de levensmiddelenindustrie. Y drijft in Duitsland een onderneming (een Research & Development-faciliteit) met meer dan 100 medewerkers in een vaste bedrijfsinrichting.
De tot het concern behorende Nederlandse vennootschappen verrichten operationele activiteiten op het gebied van R&D, productie, marketing en verkoop. Daarnaast worden vanuit Nederland centrale corporate functies uitgeoefend, waaronder finance, compliance, controlling en management. De activiteiten van Y liggen in lijn met de activiteiten van X BV en X BV is actief betrokken bij de onderneming van Y.
Tot 1 januari 2025 kwalificeerde Y naar Nederlandse maatstaven als een open commanditaire vennootschap en viel het resultaat op het commanditaire belang in Y bij X BV onder de deelnemingsvrijstelling. Met ingang van 1 januari 2025 kwalificeert Y naar Nederlandse maatstaven als een fiscaal transparante entiteit en is X BV rechtstreeks gerechtigd tot de winsten van Y.
Ook naar Duits fiscaal recht wordt Y als transparant aangemerkt. X BV wordt in Duitsland in de belastingheffing betrokken voor haar aandeel in het resultaat van Y.
Vraag
Valt met ingang van 1 januari 2025 het door X BV genoten winstaandeel uit hoofde van haar commanditaire belang in Y bij BV X onder de objectvrijstelling, rekening houdend met het Verdrag Nederland – Duitsland 2012
Antwoord
Ja.





Geef een reactie