De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog is vastgesteld. Nu eiseres geen concrete beroepsgronden heeft ingediend, heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde. Het beroep is kennelijk ongegrond.
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6933&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken
Geef een reactie