Het hof oordeelt dat een Britse unit-linked verzekeraar geen recht heeft op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. De verzekeraar is volgens het hof niet de opbrengstgerechtigde en ook niet de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden.
Een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde verzekeraar biedt unit-linked polissen aan voor institutionele pensioenverzekeraars. De ingelegde premies worden door de verzekeraar belegd via interne fondsen (PF Sections), onder meer in aandelen van in Nederland gevestigde beursvennootschappen. Over de ontvangen dividenden is 15% Nederlandse dividendbelasting ingehouden. De verzekeraar vraagt voor de jaren 2005 tot en met 2007 en 2009 en 2010 om teruggaaf van die dividendbelasting. Volgens haar is zij opbrengstgerechtigde en uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden. Ook doet zij een beroep op het Unierecht, het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel en het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk. De inspecteur wijst de verzoeken af, waarna de zaak uiteindelijk bij Gerechtshof Den Haag belandt.
Geen opbrengstgerechtigde volgens Brits effectenrecht
Het hof sluit aan bij het arrest van de Hoge Raad van 19 januari 2024 en beoordeelt eerst wie civielrechtelijk gerechtigd is tot de dividenden. Omdat het gaat om giraal overdraagbare effecten die worden aangehouden via Britse bewaarbanken, past het hof Brits giraal effectenrecht toe. Daaruit volgt dat de verzekeraar weliswaar als ‘beneficial owner’ een belang heeft bij de aandelen, maar niet rechtstreeks gerechtigd is tot het dividend tegenover de uitkerende vennootschappen. Zij kan haar rechten alleen uitoefenen jegens de bewaarbanken. Dat is onvoldoende om haar als opbrengstgerechtigde in de zin van art. 1 Wet Db aan te merken. Alleen al daarom bestaat geen recht op teruggaaf.
Ook niet uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden
Ten overvloede oordeelt het hof dat de verzekeraar ook niet als uiteindelijk gerechtigde kan gelden. De economische voor- en nadelen van de beleggingen liggen namelijk volledig bij de polishouders. De waarde van de beleggingen werkt één-op-één door in de technische voorziening op de balans. De verzekeraar mag de dividenden niet vrijelijk voor eigen rekening aanwenden, maar moet deze herbeleggen conform het afgesproken beleggingsprofiel. Haar beheervergoeding is zeer beperkt en geeft geen zelfstandig economisch belang. Beroepen op het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het Unierecht en het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk slagen evenmin. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wet: art. 1 en art. 10 Wet DB, art. 25 Wet Vpb
Bron: Gerechtshof Den Haag, 11-12-2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2672, BK-21/1022 tot en met BK-21/1026 | NDFR




Geef een reactie