Volgens de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs ontbreekt duidelijkheid over de reikwijdte, uitvoerbaarheid en verhouding tot internationaal belastingrecht, waardoor rechtszekerheid en proportionaliteit onder druk komen te staan.
In een reactie op de internetconsultatie over aanvullende maatregelen tegen dividendstripping vraagt de NOB allereerst om meer duidelijkheid over welke situaties het kabinet precies wil bestrijden. Volgens de beroepsorganisatie is nog steeds onvoldoende afgebakend wat wel en niet als dividendstripping wordt beschouwd. Daardoor is het lastig om de effectiviteit, noodzakelijkheid en proportionaliteit van de voorgestelde maatregelen te beoordelen. De NOB wijst erop dat ook de bestaande anti-dividendstrippingmaatregelen leiden tot onrust, zorgen en administratieve lasten.
Stapeling van regels baart zorgen
Een belangrijk kritiekpunt betreft de stapeling van maatregelen. De NOB vraagt zich af waarom nieuwe regels worden voorgesteld terwijl de per 1 januari 2024 aangescherpte anti-dividendstrippingmaatregelen nog niet zijn geëvalueerd. Volgens de organisatie bestaat het risico dat dividendbelasting in bona fide situaties als eindheffing gaat fungeren en dat administratieve lasten onnodig toenemen. Ook wordt aandacht gevraagd voor de verhouding met belastingverdragen, het EU-recht en de Europese FASTER-richtlijn.
Uitvoerbaarheid en rechtszekerheid
Van de vier geconsulteerde maatregelen beoordeelt de NOB de zogenoemde Duits-Oostenrijkse maatregel als relatief het best uitvoerbaar, omdat deze objectiever toepasbaar is en aansluit bij bestaande buitenlandse regelingen. Wel acht de NOB een expliciete tegenbewijsregeling noodzakelijk om te voorkomen dat ook reguliere transacties zonder dividendstrippingmotief worden geraakt.
De nettorendementbenadering krijgt juist kritiek vanwege het open karakter en het ontbreken van een concrete operationalisering. Daardoor is volgens de NOB onvoldoende duidelijk wanneer de maatregel van toepassing is. Ook de voorgestelde groepsbenadering en de specifieke pensioenfondsmaatregel worden als moeilijk uitvoerbaar beschouwd. Vooral pensioenfondsen, banken, custodians en vermogensbeheerders zouden te maken krijgen met hogere administratieve lasten, extra documentatieverplichtingen en grotere rechtsonzekerheid.
De NOB pleit daarom voor duidelijke wettelijke kaders, praktische richtsnoeren en een zorgvuldige afweging van de gevolgen voor de liquiditeit van Nederlandse aandelenmarkten en het investeringsklimaat.
Bron: NOB, 29 mei 2026




Geef een reactie