Staatssecretaris Heijnen informeert de Tweede en Eerste Kamer over het met terugwerkende kracht herstellen van een omissie in de versobering van de youngtimerregeling.
Vorig jaar is toegezegd om, vooruitlopend op wetgeving, goed te keuren dat voor een auto die in de loop van 2025 15 jaar oud is geworden en in de loop van 2025 al ter beschikking is gesteld aan een werknemer of ter beschikking staat aan een IB-ondernemer, de youngtimerregeling tot 1 januari 2027 toegepast kan worden. Dit besluit wordt op korte termijn gepubliceerd.
Tijdens het opstellen van deze goedkeuring is een omissie in de versobering van de youngtimerregeling geconstateerd. De leeftijdsgrens voor het toe te passen bijtellingspercentage is per 1 januari 2026 verhoogd van 15 naar 16 jaar. Hierdoor geldt voor auto’s jonger dan 16 jaar een bijtelling van 25%2 . Voor de toepasselijke waarderingsgrondslag is de leeftijdsgrens echter abusievelijk niet verhoogd naar 16 jaar. Dat zou als gevolg hebben dat auto’s die in 2026 15 jaar oud worden, een bijtelling kunnen toepassen van 25% (i.p.v. 35%) over de waarde in het economische verkeer (i.p.v. de catalogusprijs). Dat is niet in lijn met de toelichting op het amendement en heeft bovendien tot gevolg dat auto’s van 15 jaar oud veel gunstiger worden behandeld dan auto’s van 16 jaar, dat het kabinet ervoor kiest deze omissie met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 te herstellen. De voorgestelde aanpassing wordt meegenomen in het eerstvolgende passende wetgevingstraject.





Geef een reactie