Dit besluit beëindigt een jarenlang toegepast beleidsstandpunt over de btw-behandeling van de motorrijtuigenbelasting (MRB) bij leaseovereenkomsten. Met ingang van 1 januari 2027 kan de door een lessor aan een lessee doorberekende MRB niet langer buiten de btw-heffing blijven op grond van een beleidsmatige goedkeuring.
Uitgangspunt is dat een doorlopende post geen onderdeel vormt van de vergoeding waarover omzetbelasting is verschuldigd. De MRB voldoet hier niet aan wanneer de lessor als kentekenhouder de belasting verschuldigd is en deze vervolgens doorberekent aan de lessee. In een resolutie uit 1995 was echter goedgekeurd dat de doorberekende MRB in deze situatie als een zogenoemde quasi doorlopende post mocht worden behandeld. Hierdoor bleef de doorberekende MRB buiten de heffingsgrondslag voor de btw.
Bij de actualisering van het leasebeleid in 2007 werd deze goedkeuring niet expliciet ingetrokken. Hoewel het nieuwe leasebesluit een algemene intrekkingsbepaling bevatte, is de goedkeuring in de praktijk nadien blijven worden toegepast. Volgens de staatssecretaris konden belastingplichtigen hieraan het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat het beleid nog steeds gold.
Met dit besluit wordt aan die onduidelijkheid een einde gemaakt. De staatssecretaris bepaalt dat de beleidsmatige goedkeuring per 1 januari 2027 vervalt. Vanaf dat moment behoort de door de lessor aan de lessee doorberekende MRB weer volledig tot de vergoeding voor de leaseprestatie en is hierover in beginsel omzetbelasting verschuldigd. Leasemaatschappijen zullen hun facturering en btw-administratie hierop moeten aanpassen. Voor lessees kan dit leiden tot hogere leasekosten indien zij de in rekening gebrachte btw niet of slechts gedeeltelijk in aftrek kunnen brengen.
Inwerkingtreding: 1 januari 2027.
Bron: Besluit van 2 juli 2026, nr. 2026-9672, Ministerie van Financien, Stcrt. 2026, 25243





Geef een reactie