Vanaf 2028, met de beoogde invoering van de Wet werkelijk rendement box 3, is Nederland internationaal gezien wederom een ‘vreemde eend in de bijt’. Het vermogensaanwasregime in het nieuwe box 3-stelsel leidt (internationaal) mogelijk tot dubbele belastingheffing.
Daarnaast is de wijze waarop Nederland voorkoming van dubbele belasting verleent slechts op hoofdlijnen uitgewerkt. In het februari-nummer van Vakblad Estate Planning gaat Rutger van Esch MSc in op de internationale aspecten van het nieuwe box 3-stelsel.
Het kabinet is voornemens om met ingang van 1 januari 2028 een nieuw box 3-stelsel in werking te laten treden. In het nieuwe box 3-systeem geldt in de basis een vermogensaanwasregime. Er vindt jaarlijks belastingheffing plaats over de reguliere voordelen uit vermogen en de ongerealiseerde waardeontwikkeling. Voor onroerende zaken en aandelen in start-ups geldt als uitzondering een vermogenswinstregime. Het directe rendement is belast in het jaar waarin dat rendement wordt genoten, maar de waardeontwikkeling is pas belast op het moment van realisatie. Verder zijn in het nieuwe box 3-systeem bepaalde kosten aftrekbaar. Indien in een jaar een negatief resultaat resteert, is deze onbeperkt voorwaarts verrekenbaar.
Verrekening van (buitenlandse) bronbelastingen
Hoe de verrekening van buitenlandse bronbelastingen eruit komt te zien vanaf 2028 is slechts op hoofdlijnen bekend. Het kabinet is voornemens om vanaf 2028 een zogenoemde ‘tweede limiet’ in te voeren. Het invoeren van een tweede limiet betekent ook dat de mogelijkheid tot voortwenteling moeten worden uitgebreid en dat de zogenoemde ‘gezamenlijke methode’ relevant wordt voor box 3.
Voorkoming van dubbele belasting bij buitenlandse onroerende zaken
Voor de manier waarop de voorkoming van dubbele belasting ten aanzien van binnenlandse belastingplichtigen met vastgoed in het buitenland vanaf 2028 wordt berekend, ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de huidige voorkomingsmethode in het Bvdb 2001.
Dit houdt onder andere in dat het heffingsvrije resultaat en de verliesverrekeningsdrempel moeten worden toegerekend aan het binnenlandse en buitenlandse inkomen. Verder ligt het voor de hand om vanaf 2028 de doorschuifregeling uit te breiden en een inhaalregeling in te voeren.
Daarnaast wordt ten aanzien van een emigrerende belastingplichtige met vastgoed in een niet-verdragsland een conserverende aanslag opgelegd over de vermogenswinst in de Nederlandse periode.
Het nieuwe box 3-stelsel kent een hoop ingewikkelde wijzigingen voor de box 3-belegger met buitenlands vermogen. De meeste wijzigingen zijn momenteel slechts op hoofdlijnen uitgewerkt. In het artikel in Vakblad Estate Planning gaat Rutger van Esch MSc hier uitgebreid op in.
Nog geen abonnee? Met een abonnement voor 3 nummers kun je voordelig kennismaken!
Rutger van Esch MSc is werkzaam als belastingadviseur bij BDO Tax & Legal.





Geef een reactie