De Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb heeft de vraag beantwoord of de Belgische Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen valt onder de aftrekuitsluiting van artikel 10, eerste lid, onderdeel f, Wet Vpb 1969.
De in België gevestigde X NV heeft een vaste inrichting in Nederland. De vaste inrichting is in Nederland belastingplichtig voor de Wet Vpb 1969. In 2020 is X NV in België onderworpen aan de Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen. Een deel van deze taks wordt toegerekend aan de vaste inrichting in Nederland en in de aangifte vennootschapsbelasting 2020 in aftrek gebracht.
Vraag
Valt de Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen onder de aftrekuitsluiting van artikel 10, eerste lid, onderdeel f, Wet Vpb 1969?
Antwoord
Nee. Op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel f, Wet Vpb 1969 komt een naar een balanstotaal geheven bankenbelasting bij het bepalen van de winst niet in aftrek. De Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen wordt niet naar een balanstotaal geheven. Naar de letter van de wet is daarom geen sprake van een naar een balanstotaal geheven bankenbelasting. De parlementaire geschiedenis van artikel 10, eerste lid, onderdeel f, Wet Vpb 1969 bevat geen aanwijzingen om, in afwijking van de wettekst, de aftrekuitsluiting toch toe te passen. Daarom is artikel 10, eerste lid, onderdeel f, Wet Vpb 1969 niet van toepassing op de Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen.





Geef een reactie