Het hof oordeelt dat de bestemmingswijziging en splitsing van een agrarisch perceel verder gaan dan normaal vermogensbeheer. De waardestijging van de bouwkavel is daarom in 2018 belast als resultaat uit overige werkzaamheden.
Een man koopt in september 2017 een agrarische boerderij met circa 5.300 m² grond voor € 510.000. Al vóór de koop vraagt hij bij de gemeente informatie op over een bestemmingswijziging en dient hij een principeverzoek in om het perceel te splitsen in een woonperceel met boerderij (perceel 1) en een bouwkavel (perceel 2). In juni 2018 stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. Perceel 2 wordt daarna te koop gezet voor € 550.000. Uiteindelijk verkoopt de man in november 2018 perceel 1 voor € 550.000 en behoudt hij perceel 2. De inspecteur legt over 2018 een navorderingsaanslag ib/pvv op en rekent € 158.836 als resultaat uit overige werkzaamheden. In geschil is of sprake is van normaal vermogensbeheer en of het gelijkheidsbeginsel is geschonden.
Meer dan normaal vermogensbeheer
Volgens Hof Den Haag heeft de man bij aankoop het oogmerk om perceel 2 te verkopen en zo de aankoop te financieren. Gezien zijn beperkte financiële positie is dat ook aannemelijk. Het voordeel is bovendien objectief te verwachten, omdat een woonbestemming en splitsing de waarde verhogen.
De werkzaamheden – het indienen van het principeverzoek, het laten opstellen van een bestemmingsplan en onderzoeken en het begeleiden van het traject – gaan het normale kader van vermogensbeheer te buiten. De waardestijging van perceel 2 vindt daarin haar verklaring. Uiterlijk bij de verkoop van perceel 1 in november 2018 staakt de man de werkzaamheid en moet hij afrekenen over de waardestijging. Het resultaat van € 158.836 is terecht in 2018 belast. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt.
Bron: Gerechtshof Den Haag, 03-02-2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:210, BK-25/471 | NDFR





Geef een reactie