Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat geen sprake is van een verkapte winstuitdeling bij levering van appartementen aan de dga. De bv blijft gebonden aan de koopovereenkomst uit 2016, ook al is de waarde in 2018 fors gestegen.
Een bv koopt in 2013 een woonhuis en verkoopt in 2014 de benedenwoning. De bovenwoning blijft op de balans staan en is verhuurd als sociale huurwoning. Op 13 april 2016 verkoopt de bv de bovenwoning voor € 150.000 aan een werknemer en een stichting waarvan de certificaten worden gehouden door de dga en zijn echtgenote. Na het overlijden van de huurder en beëindiging van de huur wordt de bovenwoning verbouwd en gesplitst in twee appartementen. In 2018 worden de appartementen getaxeerd op € 1.050.000. Via contractovername komen de rechten en verplichtingen uit de koopovereenkomst bij de dga terecht, waarna de bv de appartementen aan hem levert voor € 150.000. De inspecteur stelt dat de echtgenote in 2018 inkomen uit aanmerkelijk belang geniet door een verkapte winstuitdeling.
Bv blijft gebonden aan koopprijs
De rechtbank volgt de inspecteur niet. Vaststaat dat de koopprijs van € 150.000 zakelijk is op het moment waarop de koopovereenkomst in 2016 wordt gesloten. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de overeenkomst vóór de contractovername is vervallen, ontbonden of niet langer geldig is. Ook het verlopen van de beoogde leveringsdatum en de latere splitsing en verbouwing maken niet dat de bv eenzijdig onder haar verplichtingen uit kan komen. Hooguit hadden de oorspronkelijke kopers zich kunnen beroepen op een tekortkoming in de nakoming, maar dat is niet gebeurd. De contractovername wijzigt de bestaande rechtsverhouding niet zodanig dat de bv alsnog vrij is om een marktprijs te vragen.
Geen voordeel laten ontgaan
Omdat de bv in 2018 nog steeds verplicht is de appartementen voor € 150.000 te leveren, laat zij zich geen voordeel ten behoeve van haar aandeelhouder ontgaan. Dat de oorspronkelijke kopers mogelijk een vergoeding hadden kunnen vragen voor hun medewerking aan de contractovername, maakt dit niet anders. Die mogelijke vergoeding ligt niet bij de bv. Er is daarom geen vermogensverschuiving van de bv naar de dga en dus geen verkapte winstuitdeling. De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag.
Wet: art. 4.12 en art. 4.43 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Noord-Holland, 05-03-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3200, HAA 25/2212 | NDFR




Geef een reactie