Rechtbank Gelderland oordeelt dat een effectenportefeuille niet tot het ondernemings- of resultaatsvermogen behoort, omdat de woningbouwprojecten in 2020 nog geen bron van inkomen vormen. Het box 3-inkomen gaat wel naar nihil door het werkelijke negatieve rendement.
Een echtpaar is in gemeenschap van goederen gehuwd en heeft een vof, De Boekhouder. De activiteiten bestaan uit boekhoudingen, advies, bijles en correctiewerk. De man houdt daarnaast een effectenportefeuille aan bij een bank. In 2020 lijdt hij daarop een verlies van ruim € 1,3 miljoen. Het echtpaar rekent de portefeuille tot het ondernemingsvermogen en neemt in de aangiften IB/PVV 2020 een bijzondere waardevermindering op. Daarbij wijzen zij op plannen voor twee woningbouwprojecten, waarvoor geld zou zijn gereserveerd. De inspecteur corrigeert de waardevermindering en rekent de portefeuille tot box 3. In geschil is of het effectenverlies in box 1 aftrekbaar is en of het box 3-inkomen lager moet zijn.
Geen bron in 2020
De rechtbank oordeelt dat de woningbouwprojecten in 2020 nog geen bron van inkomen zijn. Bij het eerste project is het echtpaar nooit eigenaar van het gebouw geworden en zijn de plannen niet daadwerkelijk uitgevoerd. Bij het tweede project komt de uitvoering pas later op gang. In 2020 is de grond nog niet gekocht en blijkt niet dat het echtpaar zich toen al concreet met dit project bezighoudt. Er zijn daarom geen handelingen in het economische verkeer en ook geen objectieve voordeelsverwachting. Omdat de projecten geen bron vormen, kan de effectenportefeuille ook niet via die projecten tot ondernemings- of resultaatsvermogen behoren.
Effecten blijven privévermogen
Ook het beheer van de effectenportefeuille vormt op zichzelf geen bron van inkomen. Dat het echtpaar veel transacties verricht, is onvoldoende. Ook gewone beleggers kunnen veel handelen. Het echtpaar maakt niet aannemelijk dat zij met deskundigheid, ervaring of relaties het koersverloop van de effecten kunnen beïnvloeden. De portefeuille is bovendien aanvankelijk privé beheerd en past niet bij de normale activiteiten van De Boekhouder. De inspecteur corrigeert de bijzondere waardevermindering daarom terecht. Wel erkent de inspecteur dat bij box 3 rekening moet worden gehouden met het werkelijke negatieve rendement. Daarom vermindert de rechtbank het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen voor beide echtgenoten naar nihil.
Wet: art. 3.8, art. 3.90 en art. 5.2 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Gelderland, 17-04-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3032, AWB 24_7306 | NDFR





Geef een reactie