• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Certificering vordering via STAK is ongebruikelijke terbeschikkingstelling

18 augustus 2026 door Sharog Susani

ongelijk vermogen

Hof Den Bosch oordeelt dat het samenstel van rechtshandelingen waarmee kinderen hun vordering op vaders bv via een stichting administratiekantoor (STAK) certificeren, kwalificeert als een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling. Ook het vermogen dat de kinderen nadien onderbrengen in een Curaçaose stichting particulier fonds (SPF) behoort tot hun box 3-grondslag.

Een man en zijn broer en zus krijgen certificaten van een vordering op de bv van hun vader, nadat zij deze vordering in 2011 via een certificeringsakte hebben overgedragen aan een stichting. De voorwaarden zijn streng: de certificaten zijn onvervreemdbaar, rente en aflossing worden bijgeschreven en zijn pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende ouder, en aflossingen moeten direct worden doorgeleend aan de ouders op straffe van een boete van 1 miljoen euro. Eind 2015 lost de bv de vordering af, lenen de kinderen het bedrag door aan hun ouders en schenken zij deze nieuwe vordering aan de SPF. De inspecteur merkt de vordering voor 2013 tot en met 2015 aan als ongebruikelijke terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92, derde lid, Wet IB 2001 en belast de rente als resultaat uit overige werkzaamheden. Voor 2016 rekent hij het vermogen in de SPF tot de rendementsgrondslag van box 3 bij de man. In geschil is of hiervan terecht sprake is en of de SPF-vordering in 2016 tot de box 3-grondslag van de man behoort.

Certificering met strikte voorwaarden ongebruikelijk

Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van artikel 3.92, derde lid, Wet IB 2001 niet alleen de terbeschikkingstellingshandeling zelf telt, maar het hele samenstel van rechtshandelingen. De kinderen konden niet vrij over hun certificaten beschikken, moesten aflossingen verplicht doorlenen aan de ouders en verpandden de certificaten bovendien aan hen. Dit alles is opgezet om de ouders zeggenschap te laten houden en om heffing op grond van het APV-regime te ontlopen. Een dergelijk samenstel van voorwaarden zou tussen niet-verwante partijen niet voorkomen, aldus het hof, en leidt bovendien tot box-arbitrage omdat de daadwerkelijke rente van 6% hoger is dan het forfaitaire rendement in box 3. Het beroep op afwaardering van de rente wijst het hof af, omdat de man niet onderbouwt waarom de rente een lagere waarde zou hebben dan de nominale 6%.

Vermogen SPF hoort tot box 3

Voor 2016 oordeelt het hof dat vader feitelijk namens de kinderen over het vermogen in de SPF bleef beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Het formele bestuur van de SPF handelt uitsluitend in opdracht van vader, verricht slechts administratieve werkzaamheden en aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid, ook niet voor kleinere beslissingen zoals het openen van een bankrekening. Daaruit leidt het hof af dat sprake is van een grote regie vanuit vader, waardoor geen sprake is van een afgezonderd particulier vermogen in de zin van artikel 2.14a Wet IB 2001. De inspecteur heeft het vermogen daarom terecht tot de box 3-grondslag van de man gerekend.

Wet: art. 2.14a en art. 3.92 Wet IB 2001

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 01-07-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1720, 24/553 tot en met 24/556 | NDFR

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Inkomstenbelasting, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Besluit juridische fusie 2026

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Heffingsvrij vermogen telt niet bij werkelijk rendement

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het inkomen uit sparen en beleggen in de aanslag IB/PVV 2023 niet te hoog is vastgesteld, omdat het werkelijk rendement hoger uitvalt dan het forfaitaire rendement. Het beroep op het kerstarrest baat de man dus niet.

verlies ondernemer

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het box 3-vermogen van de man terecht heeft gecorrigeerd wegens duurzaam overtollige liquiditeiten in zijn eenmanszaak. Slechts €165.000 van de bank- en spaartegoeden geldt als werkkapitaal; het restant is overtollig en valt in box 3.

lijfrente

Standpunt box 3 en terugstorting betaalde lijfrentepremies en/of -inleg na opzegging of ontbinding lijfrenteverzekeringen

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze het bedrag van de terugstorting van betaalde lijfrentepremies en/of   - inleg na opzegging of ontbinding van een lijfrenteproduct in aanmerking wordt genomen onder de Wet rechtsherstel box 3 en de box 3-wetgeving met ingang van 1 januari 2023.

deadline bezwaar vergoeding

Nadelig uitpakken box 3-verdeling voor toeslagen redt bezwaartermijn niet

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de termijnoverschrijding bij het bezwaar tegen de aanslagen IB/PVV 2023 niet verschoonbaar is. Ambtshalve vermindering is ook niet mogelijk, omdat de aanslagen al onherroepelijk vaststaan.

opstal waarde woning eigenwoningregeling

Onderlinge verdeling eigen woning wijzigen bij navordering

De Hoge Raad oordeelt dat een belastingplichtige en zijn partner een aanvankelijk gekozen onderlinge verdeling van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel mogen wijzigen zolang de navorderingsaanslagen van beiden nog niet onherroepelijk vaststaan. Die mogelijkheid geldt niet alleen voor het inkomensbestanddeel waarop de navordering ziet.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Future Fit Professionals

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×