Rechtbank Gelderland oordeelt dat giften aan buitenlandse instellingen zonder anbi-status niet aftrekbaar zijn. De anbi-eis is volgens de rechtbank niet in strijd met het Unierecht en eerdere acceptatie van de giften wekt geen gerechtvaardigd vertrouwen.
Een vrouw trekt in haar aangiften IB/PVV 2020 en 2021 giften af aan verschillende buitenlandse instellingen. De inspecteur staat alleen de giften toe aan instellingen die als anbi zijn geregistreerd. De vrouw stelt dat de regeling voor buitenlandse instellingen in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal en diensten. Ook beroept zij zich op het vertrouwensbeginsel, omdat vergelijkbare giften in eerdere jaren wel zijn geaccepteerd.
Anbi-eis is toegestaan
De rechtbank oordeelt dat de giftenregeling niet in strijd is met het Unierecht. Buitenlandse instellingen kunnen een anbi-status verkrijgen en de vrouw heeft in beide jaren ook daadwerkelijk aan een buitenlandse anbi geschonken. De giften aan instellingen zonder anbi-status zijn daarom terecht geweigerd. Dat de inspecteur vergelijkbare giften in eerdere jaren heeft geaccepteerd, wekt evenmin gerechtvaardigd vertrouwen. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig waaruit een bewuste standpuntbepaling blijkt. Die ontbreken, mede omdat de eerdere aangiften geautomatiseerd zijn vastgesteld.
Wet: art. 5b AWR en art. 6.32 en art. 6.35 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Gelderland, 18-09-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7140, ARN 24/5464 en 25/1431 | NDFR





Geef een reactie