In deze zaak is de vraag of de naheffingsaanslag winstbelasting 2018 terecht is opgelegd en of de afsplitsing geruisloos kon plaatsvinden op grond van artikel 14C LvWB. Belanghebbende stelt dat sprake is van zakelijke overwegingen en geen belastingontwijking, terwijl de inspecteur van mening is dat de afsplitsing juist gericht is op het ontgaan of uitstellen van belasting.
Het Gerecht oordeelt …
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:43&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken
Geef een reactie