Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat een man de premies die hij vanuit privé betaalt aan een Luxemburgse pensioenverzekeraar niet in aftrek kan brengen op zijn inkomen. De vergoeding die hij daarvoor van zijn werkgever krijgt, is terecht tot zijn belastbaar loon gerekend.
Een man werkt tot 2022 voor een bedrijvengroep en is tot 1 september 2017 verplicht sociaal verzekerd in Luxemburg, waar hij via CNAP pensioen opbouwt. Daarna wordt hij verplicht verzekerd in Nederland, maar kiest hij ervoor vrijwillig door te betalen aan de Luxemburgse CCSS vanaf zijn privérekening: in 2020 in totaal € 14.830. Zijn werkgever vergoedt hem hiervoor maandelijks een bedrag, dat meetelt in zijn fiscaal loon. In zijn aangifte IB/PVV 2020 trekt de man het nettobedrag van deze vergoeding (€ 7.415) hiervan af, maar de inspecteur weigert deze aftrek. In geschil is of de man recht heeft op aftrek van het niet door zijn werkgever vergoede deel van de premies.
Geen negatief loon
Het hof volgt de rechtbank: de vergoeding van de werkgever is gewoon belast loon. De man heeft zelf en vrijwillig een privéverzekering bij CCSS afgesloten; zijn werkgever is daarbij geen partij en er is geen sprake van een pensioentoezegging of een aanspraak zoals bedoeld in de Wet op de loonbelasting. De premie houdt daarom onvoldoende verband met de dienstbetrekking om als negatief loon te gelden, ook al bouwt de regeling voort op de eerdere verplichte CNAP-verzekering.
Geen lijfrentepremie
Ook de aftrek als uitgave voor inkomensvoorziening (lijfrentepremie) wijst het hof af: de man maakt niet aannemelijk dat de CCSS-premies aan de wettelijke definitie van lijfrente voldoen. Zijn beroep op een vraag-en-antwoordbesluit voor beroepspensioenfondsen gaat niet op, en zonder kwalificatie als lijfrente komt het hof niet toe aan de gestelde strijd met het Europees recht. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Wet: art. 1.7, art. 3.124 en art. 3.126 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 20-05-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1278, 25/834 | NDFR





Geef een reactie