Dit besluit wijzigt het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het besluit regelt met name de handhaving en sanctionering van dit verbod.
Met de invoering van artikel 1f Wwft wordt het voor beroeps- of bedrijfsmatige handelaren verboden om contante betalingen voor goederen van € 3.000 of meer te verrichten of te accepteren. Dit verbod beoogt witwassen via contante geldstromen te bemoeilijken, terwijl tegelijkertijd het betalingsverkeer toegankelijk blijft.
Het wijzigingsbesluit wijst voor overtreding van dit verbod boetecategorie 1 toe in het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Bbbfs). Dit betekent dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd met een maximum van € 10.000 (basisbedrag gelijk aan het maximum). Deze relatief lichte boetecategorie wijkt af van de gebruikelijke indeling (veelal categorie 2) binnen de Wwft en is gemotiveerd door de aard van het verbod. Het betreft een minder zware verplichting dan bijvoorbeeld cliëntenonderzoek of meldplichten.
Bij recidive kan de boete worden verdubbeld en daarnaast blijft strafrechtelijke handhaving via de Wet op de economische delicten mogelijk. De keuze voor boetecategorie 1 maakt een eenvoudiger en efficiënter handhavingsregime mogelijk, met vaste boetes en minder complexe procedures, waardoor toezichthouders sneller kunnen optreden.
Met de introductie van dit verbod hoeven handelaren in goederen niet langer cliëntenonderzoek te verrichten. Dit heeft derhalve gevolgen voor de indicatorenlijst uit het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Dit besluit treedt in werking met ingang van 30 april 2026.
Bron: Besluit van 7 april 2026, Ministerie van Financiën, Stb. 2026, 99





Geef een reactie