De Hoge Raad oordeelt dat de betrokkenheid van de controleambtenaar bij de voorbereiding van de uitspraak op bezwaar niet in strijd is met artikel 7:5 Awb, omdat de ambtenaar niet aanwezig was bij het formele hoorgesprek.
Een ondernemer heeft over de jaren 2010, 2011 en 2012 naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd gekregen na een boekenonderzoek. De controleambtenaar die het boekenonderzoek had uitgevoerd en het controlerapport had opgesteld, was vervolgens op verschillende manieren betrokken bij de bezwaarfase: zij was aanwezig bij een eerste bespreking in de voorfase van de bezwaarfase, en beoordeelde op verzoek van de behandelend bezwaarambtenaar de door de ondernemer in de bezwaarfase overgelegde stukken. De ondernemer stelt dat hiermee het bepaalde in artikel 7:5 Awb is geschonden en dat de onafhankelijkheid van de bezwaar- en beroepsprocedure is aangetast door tunnelvisie.
Controleambtenaar niet aanwezig bij hoorgesprek
De Hoge Raad stelt vast dat het formele hoorgesprek als bedoeld in artikel 7:2 Awb op 13 oktober 2017 heeft plaatsgevonden, waarbij uitsluitend de behandelend bezwaarambtenaar en een andere ambtenaar aanwezig waren die niet bij de voorbereiding van de naheffingsaanslagen betrokken was. De controleambtenaar was bij dat hoorgesprek niet aanwezig. Omdat artikel 7:5 lid 1 Awb enkel betrekking heeft op de wijze waarop dat horen plaatsvindt, is van een schending geen sprake.
Geen schijn van vooringenomenheid
De Hoge Raad oordeelt verder dat de raadpleging van de controleambtenaar tijdens de voorbereiding van de uitspraak op bezwaar – vanwege haar specifieke kennis van de boekhoudkundige verwerking – niet betekent dat de ambtenaren die het hoorgesprek leidden en/of de beslissing namen, vooringenomenheid of de schijn daarvan kan worden verweten. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Wet: art. 7:5 en art. 10:3 Awb
Bron: Hoge Raad, 05-06-2026, ECLI:NL:HR:2026:782, 23/02781 | NDFR





Geef een reactie