De Kennisgroep overdrachtsbelasting beantwoordt de vraag of de samenloopvrijstelling overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, van toepassing is bij verkrijging van aandelen (fictieve onroerende zaken) in een beherend vennoot van een commanditaire vennootschap (CV), die de (economische) eigendom houdt van een bouwterrein.
HoldCo B BV treedt op als beherend vennoot van C CV. HoldCo B BV heeft de eigendom van een onroerende zaak die kwalificeert als bouwterrein (artikel 11, zesde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968) en 0,01% van het belang in C CV. Het economische belang bij de onroerende zaak is ingebracht in C CV, die de onroerende zaak aanwendt in het kader van projectontwikkeling.
Vaststaat dat C CV in verband met de projectontwikkeling kwalificeert als btw-ondernemer. HoldCo B BV is een onroerendezaakrechtspersoon als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, WBR. De aandelen in HoldCo B BV kwalificeren als fictieve onroerende zaken waardoor bij verkrijging van die aandelen onder omstandigheden sprake is van een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting. HoldCo B BV kwalificeert niet als btw-ondernemer omdat de exploitatie plaatsvindt in C CV.
NewCo A BV verkrijgt 50% van de aandelen in HoldCo B BV en daarmee indirect een belang van 0,005% in C CV.
Vraag
Is de samenloopvrijstelling van toepassing op de verkrijging door NewCo A BV van de aandelen in HoldCo B BV (fictieve onroerende zaken) vanwege de zogenoemde doorkijkbenadering, die volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2011, ECLI:NL:2011:BQ7580?
Antwoord
Nee. De samenloopvrijstelling is niet van toepassing op de verkrijging van de aandelen in HoldCo B BV. De doorkijkbenadering geldt niet, omdat HoldCo B BV niet kwalificeert als btw-ondernemer. Daardoor is de samenloopvrijstelling niet van toepassing op de verkrijging van de aandelen in HoldCo B BV (fictieve onroerende zaken).





Geef een reactie