Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat telemarketingactiviteiten onvoldoende samenhangen met de bouw- en schilderwerkzaamheden van een ondernemer om tot dezelfde onderneming te behoren. De telemarketingactiviteiten vormen ook zelfstandig geen onderneming, waardoor de gewerkte uren niet meetellen voor het urencriterium.
Een man drijft sinds 2016 een eenmanszaak. In 2019 verricht hij kleine bouw- en schilderwerkzaamheden voor vier opdrachtgevers en telemarketingwerk voor één telemarketingbedrijf. Voor dit bedrijf verkoopt hij telefonisch creditcards. Hij moet minimaal 20 uur per week werken en het telemarketingbedrijf bepaalt zijn uurtarief. Volgens zijn urenadministratie werkt hij in totaal 1.463 uur, waarvan 559 uur aan telemarketing en 904 uur aan bouw- en schilderwerk. De man rekent alle inkomsten tot zijn winst uit onderneming en claimt de zelfstandigen- en startersaftrek. De inspecteur merkt de inkomsten uit telemarketing aan als resultaat uit overige werkzaamheden en weigert beide aftrekposten. In geschil is of de telemarketinginkomsten winst uit onderneming vormen en of de man voldoet aan het urencriterium.
Onvoldoende samenhang en zelfstandigheid
Het hof oordeelt dat onvoldoende nauwe samenhang bestaat tussen beide activiteiten. De aard van de werkzaamheden, de opdrachtgevers en de voorwaarden waaronder de werkzaamheden worden verricht verschillen te veel. De telemarketingactiviteiten vormen evenmin zelfstandig een onderneming. De man werkt voor één telemarketingbedrijf, moet zich houden aan het rooster en de voorschriften van dat bedrijf en het bedrijf bepaalt zijn uurtarief. Bovendien heeft hij geen investeringen gedaan en krijgt hij zijn gewerkte uren betaald ongeacht het behaalde resultaat. Daardoor ontbreekt voldoende zelfstandigheid en loopt hij geen reëel ondernemers- en debiteurenrisico. Het risico dat het telemarketingbedrijf geen beroep meer op hem doet, is daarvoor onvoldoende.
Geen recht op ondernemersaftrek
Omdat de telemarketingactiviteiten geen ondernemingsactiviteiten zijn, tellen de 559 daaraan bestede uren niet mee voor het urencriterium. Volgens zijn eigen urenoverzicht besteedt de man maximaal 904 uur aan zijn bouw- en schilderonderneming. Daarmee haalt hij de vereiste 1.225 uur niet. Hij heeft daarom geen recht op de zelfstandigen- en startersaftrek. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wet: art. 3.2, art. 3.6 en art. 3.8 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-08-2026, ECLI:NL:GHARL:2026:5442, 24/1234 en 24/1235 | NDFR





Geef een reactie