Op 5 oktober spraken minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg van Financiën met de Eerste Kamercommissie voor Financiën over de voortgang van de Wet werkelijk rendement box 3. De Eerste Kamer was kritisch over de zorgvuldigheid.
Het kabinet heeft op 2 oktober met spoed advies gevraagd aan de Raad van State. Dit advies wordt eind oktober 2026 verwacht. Het kabinet heeft inmiddels gekozen voor een scenario waarbij vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting wordt ingevoerd voor alle financiële instrumenten, waaronder spaargeld en aandelen. Volgens staatssecretaris Eerenberg is dit de snelste route om tot een vermogenswinstbelasting te komen. Het kabinet wil nog voor Kerstmis duidelijkheid hebben. Vervolgens is het de bedoeling om via een nieuw wetsvoorstel vanaf 2030 een volledige vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen in te voeren, inclusief crypto.
De meeste senatoren waren positief over het feit dat het kabinet na verschillende scenario’s nu een duidelijke keuze heeft gemaakt. Tegelijkertijd bestaan er zorgen over de uitvoerbaarheid. Zo zijn er signalen dat banken en de Belastingdienst mogelijk nog onvoldoende voorbereid zijn. Senatoren benadrukten dat het box 3-stelsel na jaren van veranderingen vooral begrijpelijk, stabiel en uitvoerbaar moet worden.
Financiële dekking
Daarnaast waren er vragen over de financiële dekking van de maatregelen en over het tijdpad. De novelle wordt tegelijkertijd met het Belastingplan behandeld, waardoor de beschikbare tijd beperkt is. Verschillende senatoren willen voorkomen dat beide wetgevingstrajecten inhoudelijk met elkaar vermengd raken. Ook werd gevraagd of het juridisch, met name binnen de Europese regels, mogelijk is om crypto anders te behandelen dan andere vermogensbestanddelen.
Een ander discussiepunt was het heffingsvrije vermogen. Vanuit de Eerste Kamer werd erop gewezen dat spaargeld ook dient als financiële buffer voor onverwachte gebeurtenissen. Een vrijstelling van ongeveer € 50.000 per persoon werd daarbij als redelijk genoemd.
Eerenberg bevestigde dat de novelle hetzelfde tijdpad volgt als het Belastingplan, maar benadrukte dat het om afzonderlijke wetsvoorstellen gaat. Snelheid is volgens hem noodzakelijk omdat burgers en betrokken partijen behoefte hebben aan duidelijkheid. Crypto wordt niet in de novelle geregeld, maar via een afzonderlijk wetsvoorstel richting 2030.
Minister Heinen maakte bovendien duidelijk dat de voorgestelde verlaging van het heffingsvrije vermogen niet als definitieve grens moet worden gezien. Het kabinet bevindt zich inhoudelijk nog midden in het proces. Veel details kunnen daarom pas worden ingevuld nadat de uitvoeringstoets en het advies van de Raad van State beschikbaar zijn.





Geef een reactie