De Belastingdienst heeft de oktoberversie van het Handboek Loonheffingen 2026 gepubliceerd. Ten opzichte van de versie van maart zijn diverse onderdelen aangepast en verduidelijkt.
De verhoging met terugwerkende kracht van de gerichte vrijstelling voor zakelijke kilometers van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer is in het hele handboek verwerkt.
Ook de informatie over de beoordeling van arbeidsrelaties is bijgewerkt. Goedgekeurde modelovereenkomsten die op 6 september 2024 geldig waren, mogen tot en met 2029 worden gebruikt. Daarbij benadrukt de Belastingdienst dat voor de beoordeling van een arbeidsrelatie alle feiten en omstandigheden bepalend zijn en dat de feitelijke uitvoering zwaarder weegt dan wat op papier is afgesproken. Ook is het in april 2026 geactualiseerde beslis- en afwegingskader voor arbeidsrelaties verwerkt.
Een andere aanpassing betreft de Regeling dienstverlening aan huis. Door een wetswijziging valt een deel van de zorgverleners die vanuit een persoonsgebonden budget (pgb) worden betaald en doorgaans minder dan vier dagen per week op basis van een arbeidsovereenkomst werken, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 niet langer onder deze regeling. Voor hen geldt voortaan de regeling Personeel aan huis. Voor bepaalde Zvw-budgethouders geldt deze wijziging nog niet.
Voor de lage AWf-premie is verduidelijkt wanneer deze moet worden herzien als meer uren worden verloond dan contractueel zijn overeengekomen. Bij een arbeidsomvang van gemiddeld maximaal 30 uur per week moet herziening plaatsvinden als in een kalenderjaar meer dan 30% extra uren zijn verloond. De Belastingdienst verduidelijkt bovendien dat al gedurende het kalenderjaar daadwerkelijk kan worden herzien.
Voor dga’s is van belang dat het onderdeel over de gebruikelijkloonregeling is uitgebreid met kennisgroepstandpunten. Zo geldt de gebruikelijkloonregeling tijdens de voorperiode van een bv nog niet; deze gaat pas gelden vanaf de daadwerkelijke notariële oprichting. Ook is verduidelijkt dat voor de € 5.000-grens de werkzaamheden voor verbonden lichamen gezamenlijk moeten worden beoordeeld.
Verder bevat het handboek nieuwe verduidelijkingen over onder meer de werkkostenregeling, Zvw-berekeningen, loonheffingskortingen en het betalen van loonheffingen. Zo kan een betaalkaart waarmee een werknemer een maaltijd in de bedrijfskantine koopt onder omstandigheden loon in geld vormen. In dat geval geldt het normbedrag voor kantinemaaltijden niet. Ook wordt uitgebreider gewaarschuwd voor mogelijke bijbetalingen in de inkomstenbelasting als bij de loonheffing geen rekening is gehouden met de afbouw van heffingskortingen.





Geef een reactie