Hof Amsterdam oordeelt dat onzakelijke rentebetalingen op aandeelhoudersleningen verkapte winstuitdelingen vormen. De bv is bovendien grofschuldig doordat zij over deze uitdelingen geen dividendbelasting afdraagt.
Een bv koopt in 2015 een kantoorpand voor € 76,25 miljoen. De aankoop wordt mede gefinancierd met € 49,2 miljoen aan leningen van haar Israëlische aandeelhouders, verstrekt naar rato van hun aandelenbelang. De leningen hebben een looptijd van vijftien jaar, een rente van 7% en geen tussentijdse aflossingsverplichting. Ook zijn geen zekerheden of LTV-convenanten overeengekomen. De inspecteur vindt de financieringsvoorwaarden onzakelijk en merkt een deel van de betaalde rente aan als verkapt dividend. Hij legt over 2015 tot en met 2017 naheffingsaanslagen dividendbelasting en vergrijpboetes op. In geschil is onder meer of sprake is van verkapte winstuitdelingen en of de boetes terecht zijn.
Onzakelijke rente is verkapt dividend
Hof Amsterdam sluit aan bij zijn eerdere uitspraken over de vennootschapsbelasting. Daarin zijn de aandeelhoudersleningen als onzakelijk aangemerkt en is via de borgstellingsanalogie een zakelijke rente vastgesteld. Voor zover meer rente is betaald, is sprake van een definitieve vermogensverschuiving naar de aandeelhouders. Het hof acht ook aannemelijk dat zowel de bv als haar aandeelhouders zich bewust zijn van de bevoordeling. De aandeelhouders kennen de voorwaarden van de leningen en de betrokken bestuurders zijn bekend met de mogelijkheden voor externe financiering. De onzakelijke rentebetalingen vormen daarom verkapte winstuitdelingen waarover dividendbelasting is verschuldigd.
Grove schuld rechtvaardigt boetes
Anders dan de rechtbank acht het hof grove schuld overtuigend bewezen. De kennis en ervaring van de bestuurders worden aan de bv toegerekend. Zij hadden redelijkerwijs moeten beseffen dat de gewenste financiering niet onder dezelfde voorwaarden bij derden verkrijgbaar was en dat de rente deels onzakelijk was. De ingebrachte TP-rapporten bieden volgens het hof geen deugdelijke onderbouwing voor het tegendeel. Het hof stelt de naheffingsaanslagen dividendbelasting voor 2015, 2016 en 2017 vast op respectievelijk € 175.041, € 331.964 en € 320.998. Na matiging bedragen de boetes € 35.008, € 66.393 en € 64.200.





Geef een reactie