Het Beleidsbesluit terugwerkende kracht bij ruisende inbreng 2026 actualiseert het beleid voor terugwerkende kracht bij de inbreng met fiscale afrekening (ruisende inbreng) van een onderneming in een bv of nv.
De belangrijkste wijzigingen betreffen het vervallen van de registratieplicht voor de voorovereenkomst of intentieverklaring en een nadere invulling van het begrip incidenteel fiscaal voordeel.
Bij een ruisende inbreng kan op verzoek maximaal drie maanden terugwerkende kracht worden verleend aan een voorovereenkomst. De voorovereenkomst moet daarvoor binnen drie maanden na het gewenste overgangstijdstip van inkomstenbelasting naar vennootschapsbelasting zijn gesloten. De eerdere verplichting om de voorovereenkomst of intentieverklaring bij de Belastingdienst te registreren, vervalt.
Terugwerkende kracht is niet toegestaan als daarmee een incidenteel fiscaal voordeel wordt behaald. Het besluit verduidelijkt dat daarvan sprake kan zijn als de regimeovergang tot een aanzienlijke belastingvermindering leidt ten opzichte van de situatie zonder terugwerking, of als de regimewijziging zelf slechts incidenteel is en daardoor fiscaal voordeel ontstaat. In ieder geval is sprake van een incidenteel fiscaal voordeel als tijdens de beoogde terugwerkende periode een incidentele bate van € 100.000 of meer wordt gerealiseerd.
Verder mag de belastingplichtige over de periode waarop de terugwerking betrekking heeft geen ondernemersfaciliteiten voor de inkomstenbelasting toepassen. De bv moet binnen negen maanden na aanvang van deze periode zijn opgericht en de inbreng moet binnen dezelfde termijn plaatsvinden. De bv en belastingplichtige moeten schriftelijk verklaren dat zij de voorwaarden aanvaarden. De eerdere termijn voor ontvangst van deze akkoordverklaring door de Belastingdienst vervalt.
Het verzoek moet met de voorovereenkomst zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk bij het doen van de relevante aangifte inkomstenbelasting, aangetekend naar de Belastingdienst worden verzonden met het geleideformulier ‘Voorovereenkomst of intentieverklaring’. Voor een eenzijdige intentieverklaring gelden dezelfde voorwaarden en gevolgen. De regeling kan ook worden toegepast bij inbreng van een werkzaamheid in een bv, waarbij het verbod op ondernemersfaciliteiten niet van toepassing is.
Het besluit treedt in werking met ingang van 23 oktober 2026. Het besluit van 16 september 2008 wordt ingetrokken.
Bron: Besluit van 14 oktober 2026, nr. 2026-18520, Stcrt. 2026, 36812




Geef een reactie