De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft in samenwerking met de Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst enkele vragen beantwoord over de fiscale behandeling van trusts.
Deze vragen hebben betrekking op de toepassing van de transparantieleer na de inwerkingtreding van de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen, op de invloed van de fiscale behandeling van de trust in de Verenigde Staten op de transparantieleer en op de behandeling van een revocable discretionary trust.
Ter beoordeling is een situatie voorgelegd over een naar het recht van de VS ingestelde revocable discretionary trust. De trust is ingesteld door ouder 1 (settlor). Ouder 1 is een inwoner van de VS en is buiten gemeenschap van goederen gehuwd met ouder 2. Begunstigde van de trust is een kind van ouder 1 en 2. Dit kind heeft de Amerikaanse nationaliteit maar woont in Nederland. Tot voor kort was ouder 2 de trustee (bestuurder van de trust).
Na het overlijden van ouder 2 heeft het kind binnen de trust ook de rollen van (enige) trustee en (enige) trust protector (toezichthouder) verkregen. Hierdoor bevindt de feitelijke leiding van de trust zich vanaf dat moment in Nederland en is de trust dus gevestigd in Nederland. De trust is niet vergelijkbaar met een Nederlandse rechtsvorm en door de vestigingsplaats in Nederland in beginsel belastingplichtig op basis van artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van de Wet Vpb 1969.
Als (enige) trustee, (enige) trust protector én begunstigde van de trust kan het kind feitelijk beschikken over het vermogen van de trust als ware het diens eigen vermogen. De vraag is dan ook of, ondanks het feit dat de trust fiscaal als niet-transparant kwalificeert, toch sprake kan zijn van fiscale transparantie van de trust in de zin van HR 30 oktober 1985 ECLI:NL:HR:1985:AC9086 (transparantieleer).
In casu bevat de trustakte ook zogenoemde ‘ascertainable standard safe harbor’ bepalingen, die gelden in het geval de trustee en de begunstigde in één persoon zijn verenigd. In dat geval is de beschikkingsmacht van de trustee beperkt tot het verrichten van uitkeringen in het kader van ‘health, education, maintenance & support’. Voor de Amerikaanse belastingwet geldt dat op basis van deze safe harbor bepalingen géén sprake is van een vereenzelviging van het trustvermogen met het privévermogen van de begunstigde (IRS Code Sec. 2041(b)).
In dit geval is daarnaast sprake van een revocable trust. De insteller kan de voorwaarden derhalve op elk moment aanpassen of de trust opheffen. De vraag is of een dergelijke trust, evenals een irrevocable trust, een afgezonderd particulier vermogen (APV) kan zijn.
Vragen
- Geldt de transparantieleer ook na de inwerkingtreding van de Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (WFKR) per 1 januari 2025 nog steeds voor de toepassing van de Wet Vpb 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet bronbelasting 2021?
- Kan de transparantieleer worden toegepast als een naar het recht van de VS ingestelde trust in de VS fiscaal als niet-transparant wordt aangemerkt vanwege de in de trustakte opgenomen ‘ascertainable standard safe harbor’ bepalingen?
- Kan een revocable trust een APV zijn zoals bedoeld in artikel 2.14a van de Wet IB 2001?
Antwoorden
- Ja. De transparantieleer kan ook na de inwerkingtreding van de WFKR per 1 januari 2025 nog steeds worden toegepast, als de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven.
- Ja. De transparantieleer kan worden toegepast als de trust in de VS fiscaal als niet-transparant wordt aangemerkt. Voor de toepassing van de transparantieleer is niet relevant hoe de Belastingdienst van de VS de betreffende trust fiscaal behandelt. Uiteraard wordt voor de beoordeling of de transparantieleer van toepassing is wel rekening gehouden met de safe harbor bepalingen in de trustakte.
- Ja. Ook een revocable trust kan een APV zijn. In de wetsgeschiedenis van artikel 2.14a Wet IB 2001 is bewust geen onderscheid gemaakt tussen soorten trusts. Iedere soort trust kan daarom kwalificeren als APV.





Geef een reactie