Een uitzendkracht mag straks nog maximaal 3 jaar (36 maanden) bij dezelfde inlener werken. Dit staat in het wetsvoorstel dat in internetconsultatie is gegaan.
Het wetsvoorstel wijzigt de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) om wettelijk te waarborgen dat uitzend- en payrollkrachten slechts tijdelijk bij dezelfde inlener werkzaam zijn. Aanleiding zijn uitspraken van het Hof van Justitie van de EU, waaruit volgt dat lidstaten maatregelen moeten treffen om te voorkomen dat langdurige of opeenvolgende uitzendopdrachten het tijdelijke karakter van uitzendarbeid ondermijnen. Nederland kent momenteel geen wettelijke maximumduur voor terbeschikkingstelling aan dezelfde inlener.
Voor uitleenkrachten met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt een maximumduur van 156 weken (36 maanden) bij dezelfde inlener ingevoerd. Daarbij is niet relevant via welk uitzendbureau iemand werkt of welke functie wordt vervuld. De daadwerkelijk gewerkte weken worden bij elkaar opgeteld; vakantie en ziekte tellen mee, tussenliggende perioden waarin niet bij de betreffende inlener wordt gewerkt niet. De termijn van 36 maanden sluit aan bij de ketenbepaling voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten.
Voor uitleenkrachten met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt geen vaste maximumtermijn, maar een open norm: de inzet bij dezelfde inlener moet tijdelijk blijven. Of daarvan sprake is, hangt af van de omstandigheden, waaronder de kenmerken van de sector, de totale duur en een eventuele objectieve verklaring voor langdurige inzet. Uiteindelijk kan de rechter hierover oordelen. Tegelijkertijd wordt hun positie versterkt: het uitzendbureau moet bij het wegvallen van een opdracht minimaal twee maanden proberen de werknemer te herplaatsen en gedurende die periode het loon doorbetalen.
Wanneer de maximale termijn of de grens van tijdelijkheid wordt bereikt, moet de inlener een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden, met minimaal dezelfde arbeidsomvang en arbeidsvoorwaarden. Bij tijdelijke contracten moet dit uiterlijk vier weken vóór het bereiken van de 156 weken gebeuren. Als de werknemer het aanbod niet accepteert, kan deze bij het uitzendbureau in dienst blijven, maar niet langer bij dezelfde inlener worden ingezet.
De regeling geldt ook voor payrollkrachten. Inleners en uitleners worden verantwoordelijk voor het bijhouden van de duur van de inzet. De Arbeidsinspectie kan na een melding onderzoek doen; een werknemer kan met het onderzoeksverslag vervolgens zijn rechten bij de rechter afdwingen.
De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2028. De internetconsultatie staat open tot en met 24 november 2026.





Geef een reactie