De voorgestelde Zelfstandigenwet biedt zelfstandigen en opdrachtgevers nog onvoldoende zekerheid. Zolang de arbeidsrechtelijke en fiscale beoordeling van een arbeidsrelatie uiteen kunnen lopen, blijven onzekerheid en financiële risico’s bestaan. Dat stelt het Register Belastingadviseurs (RB) in een reactie op de internetconsultatie over het wetsvoorstel.
Het RB ondersteunt de doelstellingen van de Zelfstandigenwet. Het voorstel moet meer duidelijkheid bieden over de positie van zelfstandigen, schijnzelfstandigheid tegengaan en een zogenoemde ‘veilige haven’ creëren voor zelfstandigen en opdrachtgevers. Volgens het RB wordt die veilige haven met het huidige voorstel echter maar gedeeltelijk gerealiseerd.
Arbeidsrecht en fiscaliteit kunnen uiteenlopen
Een belangrijk bezwaar is dat de Zelfstandigenwet een arbeidsrechtelijk beoordelingskader introduceert, zonder dit voldoende te laten doorwerken in de fiscale wetgeving. Daardoor blijven twee beoordelingen naast elkaar bestaan: de arbeidsrechtelijke toets of iemand als zelfstandige kan werken en de fiscale beoordeling van het ondernemerschap.
Het gevolg kan zijn dat iemand volgens het arbeidsrecht als zelfstandige wordt beschouwd, maar fiscaal niet als zodanig wordt behandeld. Ook het omgekeerde is mogelijk. Volgens het RB blijft daardoor onzekerheid bestaan voor zowel zelfstandigen als hun opdrachtgevers.
Die onzekerheid speelt in het bijzonder bij de loonheffingen. Ook wanneer een werkrelatie binnen de voorgestelde veilige haven arbeidsrechtelijk geen arbeidsovereenkomst vormt, kunnen fiscaal nog fictieve dienstbetrekkingen van toepassing zijn. Een opdrachtgever kan daardoor alsnog loonbelasting en premies voor de sociale verzekeringen moeten afdragen.
Het RB stelt daarom voor de veilige haven ook fiscaal te laten doorwerken. Als een werkrelatie voldoet aan de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets, zouden de belangrijkste fictieve dienstbetrekkingen voor de loonheffingen buiten toepassing moeten blijven. Ook de werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet zouden hierop moeten worden afgestemd.
Bescherming goedwillende opdrachtgever
Daarnaast wil het RB meer bescherming voor opdrachtgevers die te goeder trouw handelen. Als een opdrachtgever vertrouwt op informatie van een zelfstandige en achteraf blijkt dat deze informatie niet juist was, kan de opdrachtgever volgens het voorstel alsnog worden geconfronteerd met naheffingen, premies en boetes. Volgens het RB is pas sprake van een daadwerkelijke veilige haven als een goedwillende opdrachtgever tegen dergelijke gevolgen wordt beschermd.
Ook voor grensoverschrijdende opdrachten vraagt het RB om aanvullende regels. Daarbij moet duidelijk zijn hoe de Zelfstandigenwet zich verhoudt tot onder meer belastingverdragen en internationale socialezekerheidsregels.
Verder pleit het RB onder meer voor een tijdelijke startersverklaring voor beginnende zelfstandigen, een inkomensafhankelijke norm voor voorzieningen en objectieve, controleerbare criteria om te bepalen wanneer iemand voor eigen rekening en risico werkt.
Bron: RB, 30 oktober 2026





Geef een reactie