Bijna een derde van alle banen in Nederland is te vinden bij een familiebedrijf. Familiebedrijven waren in 2024 goed voor ruim 2,8 miljoen banen, oftewel 31 procent van het totaal. Vooral in de landbouw, autohandel en horeca spelen familiebedrijven een grote rol. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Begin 2024 telde Nederland bijna 300.000 familiebedrijven. Het CBS beschouwt een onderneming als familiebedrijf wanneer één familie direct of indirect de meerderheid van de zeggenschap heeft. Bij beursgenoteerde ondernemingen ligt die grens op 25 procent. Daarnaast moet de familie formeel betrokken zijn bij het bestuur en moet het bedrijf juridisch overdraagbaar zijn.
Landbouw en detailhandel
In absolute aantallen zijn de meeste familiebedrijven te vinden in de detailhandel, met ruim 36.000 ondernemingen. De landbouw, bosbouw en visserij volgt met bijna 36.000 familiebedrijven.
In die laatste sector is ook het aandeel familiebedrijven het grootst: bijna 45 procent van alle bedrijven is er een familiebedrijf. Dat is ook terug te zien in de werkgelegenheid. Ruim 73 procent van de werknemersbanen in de landbouw, bosbouw en visserij bevindt zich bij een familiebedrijf.
Ook in de autohandel en -reparatie werken relatief veel mensen bij familiebedrijven. Daar gaat het om bijna 69 procent van de werknemersbanen. In de horeca is dat 63 procent en in de bouwnijverheid 58 procent. In de detailhandel is iets meer dan de helft van de werknemersbanen te vinden bij familiebedrijven.
Relatief veel jonge werknemers
Werknemers van familiebedrijven zijn gemiddeld jonger dan werknemers van andere ondernemingen. Van de werknemers bij familiebedrijven is 31 procent jonger dan 25 jaar. Bij niet-familiebedrijven is dat 22 procent.
Volgens het CBS hangt dit deels samen met het grote aandeel familiebedrijven in de detailhandel en horeca. In deze sectoren werken relatief veel jongeren.
Vooral kleinere bedrijven
Familiebedrijven zijn doorgaans relatief klein. Van de bijna 300.000 familiebedrijven heeft 85 procent tussen de twee en tien werkzame personen. In totaal gaat het om ruim 252.000 ondernemingen. Bij niet-familiebedrijven valt 52 procent in deze categorie.
Ook onder grote ondernemingen komen familiebedrijven voor. Van de bedrijven en instellingen met 250 of meer werkzame personen was 17 procent een familiebedrijf.
Familiebedrijven bestaan bovendien relatief vaak al langere tijd. Bijna 19 procent is dertig jaar of ouder, tegenover ongeveer 9 procent van de niet-familiebedrijven. Bijna de helft van de familiebedrijven bestaat tussen de tien en dertig jaar.
Bron: CBS, 29 oktober 2026





Geef een reactie