Per 1 januari 2027 wordt de Leidraad Invordering 2008 aangepast, met name vanwege de nieuwe rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding. Daarnaast introduceert de Leidraad een betaalpauze, een algemeen kader ter bescherming van de invorderbaarheid en aangepaste regels voor betalingsregelingen en saneringsakkoorden.
Beslissingen van de ontvanger op verzoeken om uitstel van betaling en kwijtschelding worden voortaan bij voor bezwaar vatbare beschikking genomen. Het administratief beroep vervalt en maakt plaats voor bezwaar bij de ontvanger, gevolgd door beroep, hoger beroep en cassatie bij de fiscale rechter. Tijdens bezwaar tegen een afwijzing van uitstel wordt de dwanginvordering in beginsel ambtshalve geschorst. Tijdens (hoger) beroep gebeurt dit alleen op verzoek. Voor beschikkingen van vóór 1 januari 2027 blijft het oude rechtsbeschermingsregime gelden.
Nieuw is de betaalpauze van maximaal vier maanden na de laatste vervaldag. Deze is bedoeld om particulieren en ondernemers met een relatief beperkte belastingschuld tijdelijk ruimte te geven een oplossing voor betalingsproblemen te vinden. De openstaande belastingschuld mag maximaal € 30.000 bedragen. De betaalpauze is geen uitstel van betaling in de zin van art. 25 IW 1990 en wordt niet bij voor bezwaar vatbare beschikking verleend.
Verder krijgt de ontvanger in artikel 1.1.6 een algemeen kader om van beleidsregels over het aanhouden van de invordering af te wijken als concrete omstandigheden wijzen op een reëel risico dat de belastingschuld anders geheel of gedeeltelijk niet meer kan worden ingevorderd.
Ook worden de regels voor betalingsregelingen herzien. Voor ondernemers wordt de grens waarbij voor een langere betalingsregeling met een eigen verklaring kan worden volstaan verhoogd van € 20.000 naar € 50.000. Voor natuurlijke personen blijft de maximale persoonlijke betalingsregeling in beginsel twaalf maanden, met ruimte voor een langere looptijd bij bijzondere omstandigheden. Regels over zekerheidstelling, betalingscapaciteit en herhaalde verzoeken worden gecentraliseerd en verduidelijkt.
Bij kwijtschelding worden diverse regels overgebracht naar de URIW 1990. Voor saneringsakkoorden worden onder meer de begrippen ‘substantiële omvang’ van het aanbod en levensvatbaarheid van de onderneming nader uitgewerkt.
Het wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2027.
Bron: Besluit van 30 oktober 2026, nr. 2026-371616, Ministerie van Financien, Stcrt. 2026, 37344





Geef een reactie