Hof Den Haag oordeelt dat een dividenduitdeling van € 1,75 miljoen pas in 2020 is genoten, omdat pas toen rechtsgeldig tot uitkering is besloten. De aandeelhouder kan de uitdeling niet met terugwerkende kracht toerekenen aan eerdere jaren om verdamping van box 2-verliezen te voorkomen.
Een man houdt alle gewone aandelen in een bv en heeft daarnaast een rekening-courantschuld aan die bv. Uit eerdere jaren heeft hij nog € 1.751.092 aan verliezen uit aanmerkelijk belang. Nadat in 2020 blijkt dat een deel van deze verliezen door het verstrijken van de verrekeningstermijn is verdampt, dient hij herziene aangiften over 2016 tot en met 2018 in. Ook over 2019 geeft hij een dividenduitdeling aan. De uitdelingen worden telkens verrekend met oude box 2-verliezen. In de administratie van de bv worden de bedragen in 2019 verwerkt. Uit de oorspronkelijke notulen blijkt echter dat de aandeelhoudersvergadering pas op 24 juli 2020 besluit tot een uitdeling van € 1.751.092 en dat het bestuur deze goedkeurt. De inspecteur belast daarom het volledige bedrag in 2020.
Uitdeling pas genoten in 2020
Het hof oordeelt dat de uitdeling pas op 24 juli 2020 vorderbaar en inbaar wordt. Pas op die datum is aan de vereisten voor een dividenduitkering voldaan. Voor een eerdere uitdeling ontbreken objectief waarneembare gegevens. De herziene aangiften, administratieve verwerking en later gewijzigde notulen dateren allemaal van na de aanslag over 2016 waaruit de verliesverdamping bleek. Volgens het hof ontstaat daardoor juist het beeld dat achteraf is geprobeerd de uitdeling aan eerdere jaren toe te rekenen. Dat de inspecteur de herziene aangiften over 2016 tot en met 2019 aanvankelijk heeft gevolgd, staat heffing in 2020 niet in de weg.
Geen vertrouwen door eerdere aanslagen
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Bij het indienen van de herziene aangiften is niet gemeld dat in de eerdere jaren feitelijk nog geen dividendbesluiten waren genomen. De man mocht daarom niet aannemen dat de inspecteur bewust had ingestemd met een eerder genietingsmoment. Wel oordeelt het hof dat het bezwaar tegen de aanslag 2016 ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Het bezwaar had kennelijk ongegrond moeten worden verklaard, maar dit leidt niet tot een lagere aanslag.
Bron: Gerechtshof Den Haag, 13-10-2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:3042, BK-25/699 en BK-25/700 | NDFR
Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie
In deze opleiding geven vier ervaren specialisten hun tips en tricks over hoe advieskansen te herkennen en optimaal te benutten. Zij nemen je aan de hand van casuïstiek mee in de praktische begeleiding van de dga op alle relevante adviesthema’s:
- Optimale houdsterstructuur
- Aanmerkelijk belang
- Gebruikelijk loon & Sociale verzekeringsplicht
- Lenen van en aan de bv
- Vermogensstructurering
- Huwelijk & Echtscheiding
- Pensioen
- Bedrijfsoverdracht





Geef een reactie