Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een woning op 31 december 2020 juridisch is geleverd doordat de leveringsakte die dag bij het Kadaster is aangeboden. De verkoopopbrengst van € 643.000 behoort daardoor op 1 januari 2021 als vordering tot box 3.
Een man verkoopt zijn eigen woning. De notariële leveringsakte wordt op 31 december 2020 gepasseerd en diezelfde dag aangeboden voor inschrijving bij het Kadaster. De verkoopsom van € 643.000 staat op 1 januari 2021 nog op de derdenrekening van de notaris en wordt pas op 4 januari op zijn bankrekening gestort. Daarnaast bezit de man de blote eigendom van een andere woning, waarvan zijn ouders het vruchtgebruik hebben. De waarde daarvan stijgt gedurende 2021 van € 189.240 naar € 216.000. De man stelt dat de € 643.000 op de peildatum niet tot box 3 behoort en subsidiair dat dit bedrag als banktegoed moet worden behandeld. Ook is in geschil welk werkelijk rendement voor de blote eigendom in aanmerking moet worden genomen.
Verkoopopbrengst is box 3-vordering
Het hof oordeelt dat voor levering van een woning een notariële akte én inschrijving in de openbare registers nodig zijn. Als tijdstip van inschrijving geldt het moment waarop de stukken worden aangeboden. Omdat de akte op 31 december 2020 bij het Kadaster is aangeboden, is de woning die dag overgedragen. De man krijgt daardoor tegelijkertijd een vordering op de koper van € 643.000. Dat het geld op 1 januari nog op de derdenrekening van de notaris staat, maakt dit niet anders. De vordering behoort op die datum tot box 3 en kwalificeert niet als banktegoed.
Waardestijging telt mee als rendement
Ook de ongerealiseerde waardestijging van de blote eigendom behoort tot het werkelijke rendement in box 3. De waarde stijgt in 2021 met € 27.360. Omdat op de banktegoeden en de vordering geen werkelijk rendement is behaald, bedraagt het totale werkelijke rendement € 27.360. Daarvan rekent het hof € 25.623 aan de man toe. Zijn belastbaar inkomen uit sparen en beleggen wordt daarom verminderd van € 31.917 naar € 25.623.
Wet: art. 5.2 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 16-09-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2506, 24/639 | NDFR





Geef een reactie